Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den. Maar wat betèekent dit, daar de Romeinsche Congregaties niet onfeilbaar zijn en daar de Pausen Paulus V en Urbanus VIII niet ex cathedra gesproken hebben? De onfeilbaarheid van den Paus staat dus buiten schot.

„Het is duidelijk, dat de vergissing de daad van de Italiaansche Inquisitie was voor de private en persoonlijke verantwoordelijkheid van den Paus — die wist, dat de genomen richting hem als Paus niet kon ter verantwoording roepen — en niet van het lichaam, dat zich de Kerk noenj|t." (*■.)

Weerlegging van eenige moeilijkheden.

Er blijven nog verscheidene beschuldigingen te weerleggen, die wegens de veroordeeling van het stelsel van COPERNICUS tegen de Katholieke Kerk worden opgeworpen.

Eerste moeilijkheid. — De Kerk heeft door haar verbod om de leer van de beweging der aarde te verkondigen de wetenschap onderdrukt. Waren alle sterrekundigen geloovige Kfttlwlieken geweest, dan zou de astronomie thans nag in de windselen liggen. Immers, de uitspraak der Kardinalen verplichtte hen om elke gedachte aan de mogelijkheid, dal het veroordeelde stelsel waar kon zijn, als zondig te onderdrukken.

Deze beschuldiging is volstrekt ongegrond. Het vonnis der Kardinalen verbood niet de leer van de beweging der aarde te onderwijzen, maar verbood alleen haar als een uitgemaakte waarheid te verkondigen. Als hypothese, als wetenschappelijke onderstelling mocht zij vrij en frank" worden voorgedragen.

„En iridèrdaad, voor meer dan eene wetenschappelijke onderstelling kon de leer van Copernicus in de dagen van Galilei nog niet gelden. Zij moge thans een uitgemaakte waarheid zijn, in de XVIIe eeuw was zij het stellig niet. Twee Nederlandsche geleerden — om geen anderen te noemen — hebben dit uitdrukkelijk erkend. In 1847 schreef de beroemde sterrenkundige der Leidsche hoogeschool F. Kaiser:

„De dubbele beweging der aarde om hare as en om de zon...... is sedert een eeuw boven allen twijfel verheven."

En de op het gebied der natuurkunde zoo welbekende Utrecht-, sche professor P. Harting zeide in den jaargang 1855 van het Album der Natuur blz. 266: „Toen Copernicus de voorwaar in zijn fijil stoute stelling uitsprak, dat de aarde zich met

(!) August de Morgan, Budget of Paradoxes.

Sluiten