Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijzen, mits 'dit systeem slechts door onomstootelijke bewijzen gestaafa worde.

Ëvenzoo oordeelde ook Kardinaal bellarminus. Hij was tegen het gevoelen van aristoteles aangaande de onveranderlijkheid van den hemel. Wel meende hij, dat het stelsel van Copernicus volgens den letterlijken zin en de bestaande ver klaring tegen de Heilige Schrift was; niettemin hield hij de mogelijkheid niet uitgesloten, dat het, als de wetenschappen zich verder ontwikkelden, zelfs onomstootelijk bewezen kon worden en dan ook een andere uitlegging der Schriftteksten vorderde.

Belangrijke opheldering in dezen verstrekt Bellarminus' brief aan den Karmeliet foscarini in 1615.

Zoowel foscarini als Galilei, zegt bellarminus zouden zijns erachtens goed doen, bijaldien zij er zich bij wilden bepalen de heliocentrische leer als hypothese en niet als absolute bewering voor te stellen; hij had ook altijd gemeend, dat copernicus zelf dit gedaan had. Als men dus zeide, dat alle verschijnselen beter verklaard konden worden, aoo men de beweging der aarde en den stilstand der zon vooropzette, dan was dit een zeer juiste en aannemelijke opmerking en geheel ongevaarlijk; tevens was dit voldoende voor de doeleinden der wiskundigen. Daarentegen was het, indien men de Copernikaansche leer als een uitgemaakte zaak doceerde, een zeer gevaarlijke onderneming, geheel geëigend, niet alleen om alle scholastische phisolophen en theologen in het harnas te jagen, maar ook om het christelijk geloof te schaden, daar dit de uitspraak der Heilige Schrift als valsch scheen voor te stellen. Men mocht de Heilige Schrift niet tegen een algemeen aangenomen verklaring uitleggen. Zoowel de Heilige Vaders als de moderne exegeten hadden al de plaatsen uit Genesis, de Psalmen, den Prediker en het boek Josuë over de beweging der zon en den stilstand der aarde eensluidend woordelijk en letterlijk uitgelegd en gehouden. Toch was de Kardinaal niet gezind deze gebruikelijke verklaring der Heilige Schrift onherroepelijk te volgen, wanneer feitelijk bewezen werd, dat het stelsel van Copernicus juist en waar was. Immers, dan zoude men noodzakehjk de teksten der Heilige Schrift, welke met die bewijzen in strijd schenen, anders moeten verklaren. En dan ware het beter te zeggen, dat wij den zin dier Bijbelteksten

Sluiten