Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelezen, en op mijn kaartje gezien ? Heel toevallig heb ik verleden week over u hooren spreken. Iemand zeide mij, dat er niemand bestond, aan wie men beter raad kan gaan vragen, wat de opvoeding van jonge meisjes betreft, dan aan u. U hebt jaren aaneen aan het hoofd van een meisjesschool gestaan, is het niet?"

Juffrouw Rijnvelt knikte met het hoofd en glimlachte flauw. Het woord toevallig, was niet langs haar heen gegaan. Zij was zoo trotsch geweest op haar bekendheid als paedagoog en nu vond deze notaris het heel toevallig, dat hij over haar had hooren spreken.

„Niet, dat ik getrouwd ben," ging de kleine notaris voort,, zijn beenen over elkander leggende, „ik kan met recht zeggen, ik bezit kip noch kraai; toch ben ik door allerlei omstandigheden, die ik u nu niet zal uitleggen, voogd van twee jonge meisjes en curator van een weduwe geworden."

De laatste woorden sprak hij heel zacht uit, alsof het een geheim was, dat tusschen hem en juffrouw Rijnvelt moest blijven, en alsof hij vreesde, dat iemand aan de deur stond te luisteren, wat het nieuwsgierige Lieske dan ook getrouwelijk deed, maar dat kon de kleine notaris niet weten, want door 't sleutelgat kon hij niet zien.

Juffrouw Rijnvelt had de sympathieke eigenschap, dat zij; iemand, die tot haar sprak, rustig liet uitspreken, zonder hem ooit in de rede te vallen. Zij knikte onder het luisteren met het hoofd, bij wijze van aanmoediging, en eerst als de menschen in herhalingen vervielen, stelde zij vragen omtrent punten, die haar nog duister waren.

De beweeglijke notaris was dus een langen tijd alleen aan het woord. Telkens wipte hij onder het spreken van zijn stoel op, dan ging hij weer zitten en gesticuleerde met beidehanden, of hij liep een paar pas door de kamer, ook legde hij nu en dan zijn hand op de schrijftafel van juffrouw Rijn-

Sluiten