Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En toch weet ik het niet! Het is gek, maar juist over zulke dingen spreek je het minst met degenen, die je dag in _ dag uit ziet. Misschien de oudste." - Hij haalde zijn schouders op. — „Weet u wel, waar mijn bezoek wat van heeft? Alsof ik bij een dokter of een professor ben voor een consult, «n ik zit van allerlei te vertellen, maar den patiënt, overwien het gaat, heb ik thuis gelaten.... U voelt wel en ik yoel het zelf ook: Zoolang u de meisjes niet hebt gezien, is het niet gemakkelijk, raad te geven,.... ten minste niet raad die uitvoerbaar is. U spreekt van allerlei dingen, alsof het maar de gewoonste zaak van de wereld was, enfin' u kunt ook niet alles weten.... er blijven altijd dingen over waarover je toch niet spreken kunt. De meisjes zijn lief gehoorzaam en volgzaam, ik zou het niet beter kunnen wenschen Ze gaan naar de kerk en helpen, ieder op haar tijd, in Christelijke vereenigingen. 't Zijn de liefste schepseltjes van de wereld, je zou het niet over je hart kunnen verkrijgen, ze de booze wereld in te sturen.... Maar het is een pak van mijn hart dat u vindt, dat ik ze wel buiten kan laten wonen . . Zoudt u ze niet eens willen ontvangen, als ik ze naar u toezond ? Me dunkt, ik zou een boodschap kunnen verzinnen ... ik kon b.v. zeggen, dat ik het zoo aardig zou vinden, dat ze eens kennis maakten met een mijner kennissen. Nietwaar? U permitteert mij het woord kennissen ?"

Juffrouw Rijnvelt kon niet verhinderen, dat een donkerroode blos over haar gelaat trok, en even trilde een glimlach om haar mondhoeken. - Zij vond dat kleine notarisje toch een bijzonder beleefden man. Beschaafde manieren had hij ook en hoe aandoenlijk was zijn zorg voor die meisjes. Het was toch maar een groote zegen, als men iemand in 't leven had «ie zóó voor je zorgde. Zij zelf had nooit zoo iemand ge'fiad; ze had zich overal alleen doorheen moeten slaan, gemand had voor haar ooit den invloed van de „booze,

Sluiten