Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebroken Hollandsch, haar moedertaal gebruikte ze slechts zelden. Alleen als ze zong met hare fijne, kinderlijke stem, waren het de liederen van haar land.

Ze had altijd maar één wensch, nl. om uit te gaan, en die haar begeleidden, wisten het wel, dat ze nooit méér in haar schik was, dan wanneer ze ergens buiten op een stille plek kwam, waar geen menschen te zien waren. Er waren tijden, dat ze niets deed dan schrikken en klagen over schrikbeelden en angstaanjagende voorstellingen, dan bleef ze in haar kamer en wilde niemand zien. Maar meestal ging haar leven kalm voorbij. Ze leefde als een kind en merkte niet, dat haar twee dochters van kinderen tot jonge vrouwen opgegroeid waren.

Slechts als de notaris kwam, was het, alsof een" oogenblik de sluier, die als een nevel over haar geest hing, wegtrok. Hem erkende ze altijd, zelfs in haar donkerste oogenblikken, dan legde zij de kleine hand op haar voorhoofd, alsof ze wilde vasthouden wat daar begon^ te schemeren.

Nu liep zij in den tuin, met dien starren blik, die altijd naar iets scheen te zoeken. Toch leek zij het prettig te vinden, dat haar groote, slanke dochter den arm om haar schouders had gelegd en langzaam met haar voortwandelde.

„Ziet ma Michon wel, hoe de viooltjes, die aardige fijne paarse, nu op hun mooist zijn? Zij keeren hun kopjes naar de zon en wat houden zij zich recht en deftig, net als de dames uit den ouden tijd, en hoort u wel, hoe de kleine bijen van alle kanten zijn komen aanstormen op onze arabisplantjes? Wat zijn zij gulzig en wat hebben zij een haast, .... en kijk, dat witte vlindertje .... dat doet maar niets, dat gaat maar dansende en fladderende doorx't leven. Nu snoept het daar van die bloem, — ziet u wel? — nu deint het op en neer van louter levenslust, 't Is alsof het weet, dat zijn leven

Sluiten