Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch eigenlijk een groot gemis was, als je zonder den raad en de hulp van je moeder door 't leven moest gaan.

Michon, die was nu eenmaal Michon, iets liefelijkers kon je moeilijk in 't leven bedenken, die had je altijd bij je om je met liefkoozingen te overladen en, als je moeilijkheden had, was het brave „Onkeltje" er, om ze uit den weg te ruimen.

Notaris van Meeteren zat in den grooten stoel bij de tafel in de huiskamer, met den rug naar de deur. Anne Marie kwam als een wervelwind binnenstormen en voordat de notaris goed wist, wat er gebeurde, had zij zich over hem heengebogen en hem een klinkenden zoen op een van zijn roode wangen gegeven. Hij weerde haar af, poogde heel ernstig te kijken en zeide vermanend: „Kom, kom meisje, hoe dikwijls moet ik je zeggen, dat je daar nu te groot en te oud voor wordt?"

Anne Marie had in groote haast ergens haar racket opgediept, zij hield het nu voor haar gezicht en lachte onbedaarlijk.

„Als ik tachtig jaar ben, Onkeltje, krijg je nog een zoen."

Het notarisje wreef zich nog eens over de wang, trachtte boos te kijken en bromde toen: „Je vergeet, dat zulke begroetingen mij telkens moeten herinneren, dat jullie mij al een heel ouden grijsaard vinden, anders waren jullie niet zoo kwistig met je omhelzingen."

„Dat ben je ook, Onkeltje, je kunt toch niet ontkennen, dat je grijze krulletjes hebt en een roze, kaal bolletje, en dat je honderden kleine plooitjes in je gezicht trekt, maar je bent er ons des te liever om. Ik houd dol van oude menschen!"

„Hm! hm!" gromde de notaris, quasie boos kijkende, „van je vrienden moet je het maar hebben."

Anne Marie vloog in eens van de canapé, waarop ze was neergevallen, verschrikt op.

„Je bent toch niet boos, schattig Onkeltje? Stel je nu voor, dat ik tegen Soeurette zeg, dat ze mij even alleen met je

Sluiten