Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vrienden?" De notaris keek met een verbaasden blik van> de een naar de ander. „Wel zeker!" lachte Anne Marie, „zelfs die hebben we.

Soeurette niet zooveel als ik, wel? Ze heeft alleen

iemand, die met heel ernstige plannen omtrent haar rondloopt. Hij is afgestudeerd, heeft een lang, saai gezicht, kijkt altijd alsof hij al minister van Binnenlandsche Zaken is, wil op de tennisclub alleen met Soeurette spelen en heeft een diepe minachting voor alle welbespraakte meisjes, zooals ik ben."

Soeurette kleurde en haastte zich te zeggen: „Zeg toch niet zulken onzin, wat moet Onkeltje er nu toch wel van gelooven ?"

De notaris was met korte, kleine dribbelpasjes terug komen loopen van de deur. Hij was zelfs weer gaan zitten.. Hij schraapte zijn keel een paar maal, alsof hij het heel moeilijk vond, te gaan zeggen, wat hij van plan was.

„Zie je meisjes", zeide hij eindelijk, „'t zijn eigenlijk onderwerpen die je met je moeder zou moeten behandelen, alsze niet ziek was. Je moet heusch heel voorzichtig zijn, aan wien je de liefde van je hart geeft.... Liefhebben is iets heel teers, iets heiligs.... er zijn veel ongelukkige huwelijken, meer dan je zoudt denken. Je moet nooit iets ondoordachts doen. Als je kunt en wilt, raadpleeg mij dan, ik weet veel van de wereld af... ik zou mijn hartebloed geven, om je gelukkig te zien, laat het vooral een christen zijn, meisjes,... iemand die

God dient dan zou ik rustig kunnen zijn."

Beide meisjes hadden stil toegeluisterd, terwijl hij sprak. Soeurette legde haar hand op zijn arm en zei geruststellend: „Maar Onkeltje, Anne Marie overdrijft verschrikkelijk, die zekere mijnheer is wel eens vervelend met zijn beleefdheden^ ik houd niets van hem en tracht hem altijd te ontloopen, we zijn geen van beiden op 't oogenblik van plan te trouwen, en die vrienden van Anne Marie zijn even dwaas en jong als ze zelf is. We zouden het ook nooit doen zonder u alles»

Sluiten