Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier en daar in het dunne goed. „Het is zeker overgrootmoeders bruidsmutje geweest, ik had er het grijze pruikje niet bij op hoeven te zetten," zeide Anne Marie, voor den langen, smallen spiegel draaiend die tusschen de twee ramen in hing, en zich van alle kanten bekijkend.

„Pas op," zeide Soeurette, „je weet dat de menschen zeggen dat je nooit oranjebloesem moet dragen voordat je tijd daar is, 't brengt ongeluk aan."

„Bijgeloovig ben ik anders in 't geheel niet," lachte Anne Marie, terwijl ze uit een kleine reticule, die van dezelfde zijde als de japon was gemaakt, een zilveren loderijndoosje haalde en er even aan rook. „Grappig idéé, dat overgrootmoeder hier ook aan geroken heeft. Wat zou ze verbaasd zijn als ze ons eens zag. Kan jij je je achterkleinkinderen voorstellen, Soeurette ?"

„'t Kan best zijn, dat ze nooit bestaan zullen."

„Zeker, maar even goed wel, ik geloof dat ik nog het meest op overgrootmoeder lijk," en ze wierp een blik op een geschilderd portret, dat aan den wand hing. „Jij lijkt meer op moeders familie. Maar wat heeft ze toch kleine voeten gehad!" Ze haalde uit een blauw papieren pakje een paar wit zijden pantoffeltjes te voorschijn, ze hield ze even met de zool tegen haar schoen en maakte toen een wanhopig gebaar.

„Heelemaal niet elegant, om op zulk een grooten voet te leven! Als het zoo doorgaat zullen mijn achterkleinkinderen op zevenmijlslaarzen loopen...."

Op hetzelfde oogenblik werd de deur geopend en diende Steven, zonder naar binnen te zien, dokter van Hoogsteden aan. Natuurlijk had hij den bezoeker in de ontvangkamer moeten laten, het was hem immers al dikwijls genoeg gezegd, hoe hij doen moest als er visites kwamen, maar Steven was in al die lange jaren van huisbewaarderschap zijn manieren van huisknecht vergeten, en zoo stapte, tot groote verbazing van de

Sluiten