Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar Onkeltje heeft altijd zoo graag alles voor ons bedisseld, wat zou hij het vreemd vinden als hij hier kwam en wij niet meer vroegen: En wat vind je hiervan, en wat zeg je daarvan?"

„Maar het kost hem toch handen met geld", zeide mevrouw Versteynen nu rechtop zittend, „jullie bent nu oud genoeg om te weten dat je eigenlijk geen cent bezit en dat die eigenaardige, oude man altijd alles voor jullie betaald heeft. Je vader heeft je zod goed als niets nagelaten,, als de notaris niet voor alles opgekomen was hingen die oude portretten ook niet meer hier aan den wand en was je oude zilver en je verdere familiebezit ook al lang onder den hamer geweest."

Hare woorden hadden op de beide meisjes een geheel verschillende uitwerking. Soeurette stond doodsbleek bij de theetafel en keek bij de woorden harer tante half wezenloos de portretten, die aan den muur hingen, een voor een aan, alsof ze vragen wilde: Wat doen jullie hier ? En Anne Marie werd vuurrood en viel in eens boos uit: „Als dat dan zoo is tante, dan begrijp ik niet dat u ons dat niet eerder verteld hebt, dan hadden Soeurette en ik iets kunnen worden en hadden wij ons eigen brood kunnen verdienen, in plaats van hier lui te leven van het geld van een ander."

„Dat heeft de notaris mij altijd belet, ik heb hem dikwijls genoeg gezegd dat ik niet begreep dat hij er plezier in had, al zijn geld aan vreemden te geven. Wij, je oom en ik, hadden ook wel iets voor jullie willen doen, want 't is voor ons niet aangenaam dat een vreemde de plaats van de eigen familie inneemt."

Anne Marie kon niet helpen, te denken, hoe dankbaar zij was dat Onkeltje zoo voor haar allen gezorgd had en niet de stijve, harkerige, oude oom Versteynen met zijn geel gezicht, dat precies leek alsof het van perkament was.

Sluiten