Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze met haar borstel de weerspanninge, blonde haren glad. Het haar, dat zoo bewonderd werd, dat iedereen zoo mooi vond. Wat had je er aan ? Oud en leelijk zou ze worden, enkel van verdriet, en slecht ook. O zeker! slecht ook, enkel' uit nijd en afgunst. Ze luisterde nu al gesprekken af en wilde uit louter afgunst een ander niet voorthelpen. Alsof God haar noodig zou hebben, om, als Hij het wilde, die twee niet bij elkaar te brengen.

Weer doorschokten hevige snikken haarlichaam. Nu knielde ze voor haar bed, met het hoofd verborgen in de sprei en de groote verlatenheid, die elk mensch op zijn beurt leert kennen, kwam over haar ziel.

Zij merkte niet eens, dat de deur zachtkens openging, en haar vader onderzoekend naar binnen keek. Zonder een woord te zeggen sloot hij de deur. Hij, de stille man, die zoo weinig zeide, begreep zooveel. Ilse was het licht van zijn oogen, het kind, dat hij zoo vurig liefhad. Hij begreep best dat er dingen zijn waarover een mensch niet spreekt. Hij had het wel gemerkt, hoe in den laatsten tijd het glanzende licht scheen uit te dooven in hare oogen en hoe het vogeltje maar heel weinig meer gezongen had. O! hij wist het wel, ieder persoonlijk moest zich leeren buigen voor Gods wil; ieder persoonlijk moest leeren zeggen, als God hem iets onthield, dat hij toch zoo vurig begeerde: ‚ÄěHeere ! het is goed zoo" .... maar daar was veel strijd toe noodig, veel strijd, dat wist hij wel uit zijn eigen leven. Een afmattende vermoeiende strijd, die soms jaren duurde; dikwijls dacht je dat je overwonnen had, en dan merkte je opeens dat het weer net zoo was als bij het begin. Een ieder moest dien tijd alleen doorleven je kon een kind veel liefde geven en veel goeds in het leven, maar den zielestrijd moest het toch alleen doormaken.

's Avonds na het eten, toen het donker was, en de volle maan haar bleek vredig licht uitgoot over de wijde heide-

Onkeltje

Sluiten