Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Juist kind," verzekerde de oude dame. „Je bent iemand naar mijn hart, die eerlijk voor hare meening uitkomt. Ik bemerk dat mijn eerste indruk mij niet bedrogen heeft. Iemand die zijn eigen geld verdient, werkt met veel meer ijver en nauwgezetheid dan al die menschen die zoogenaamd uit philanthropie liefhebberen."

De notaris sprak nog van een ten goede komen aan de kas. maar mevrouw keek hem eenigszins hooghartig aan, en verzekerde hem dat het getal twintig uit beginsel was vastgesteld en niet door nood gedrongen.

Soeurette had plezier in die kleine oude dame, met haar zwarte oogen, die je zoo doordringend kon aankijken en die zelfs Onkeltje de baas was in het praten.

Op den terugweg schudde de notaris echter zijn hoofd en vond dat het toch geen pas gaf voor een freule Toll van Waveren. ♦

„Die zoo arm is als de mieren en van liefdadigheid moet leven!" — liet Soeurette zich ontvallen.

Verschrikt keek de kleine notaris op naar het lange knappe meisje, dat naast hem liep.

„Wat bedoel je ?" vroeg hij verbaasd.

„Wat u zoolang voor ons verborgen hebt gehouden" viel nu Soeurette bitter uit. „U wilde ons leven zoo glad en aangenaam mogelijk maken, maar alles wat geheim is, komt toch op zekeren dag uit. Ik had het u niet willen vertellen, maar ziedaar, ik flap het er uit omdat ik er dagelijks aan denk hoe verschrikkelijk het toch is, dat u zooveel hebt moeten opofferen en u zooveel ontzeggen en dat wij, als nuttelooze parasieten, genieten van wat niet van ons is."

Ze waren genaderd aan een kromming van den weg, waar een ruw houten bank op de scheidingslijn was geplaatst tusschen heide en grintweg. Men had er een prachtig vergezicht, al maakten nu de najaarsnevelen den horizon wazig.

Sluiten