Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem was en dat hij eigenlijk geen rechten had, hoegenaamd geen rechten."....

Soeurette zag hem zitten, het dikke kleine beweeglijke mannetje, dat ze van jongs af aan gekend had, en, nu de zon hem bestraalde, leek hij haar een held. Hij was nu weer opgestaan, want de zon ging onder en de koude nevel kwam over de heide opzetten, en als altijd dacht hij aan haar welzijn.

Zij schoof even haar arm door den zijnen, en bleef zoo doorloopen. Toen zeide zij: „Praat er maar niet meer over Onkeltje, ik zal er nooit meer iets over zeggen, wij zijn van jou, en jij bent van ons, en je hebt alle mogelijke rechten en als je beter vindt dat ik thuis blijf, schrijven wij het oude Mevrouwtje vandaag nog af." •

De notaris scheen echter in gedachten verzonken. Den ganschen langen weg zeide hij geen woord meer, alleen, toen ze vlak voor Gerkestein stonden, zeide hij, alsof ze het daar zooeven had gevraagd: „Je hebt groot gelijk, 't Is veel beter, om je leven nuttig te besteden. Voor Anne Marie zal ook wel gezorgd worden."

„Anne Mietje zorgt wel voor zichzelf!" klonk het vroolijk hem tegen, en nu zagen zij dat Anne Marie voor het hek op den uitkijk stond.

„Lieve menschen," riep ze uit, „wat heb ik lang op jullie moeten wachten, de thee is al wel meer dan een half uur klaar, ik heb jullie zooveel te vertellen, want je hebt geen idéé wat ik beleefd heb. Thuis was niemand dan de arme Michon en die deed niets dan haar treurige liedjes zingen en ik kon heelemaal niets aan haar kwijt."

Ze stak vroolijk haar arm door dien van den notaris en vervolgde: „Onkeltje, als wij jou toch niet hadden! Wat zouden we toch moeten doen? Je moet weten: ik heb een echten roman beleefd, en nu verheug ik er mij zóó op, dat je je gladde voorhoofd in rimpels trekt en je wenkbrauwen

Sluiten