Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We liepen dan samen door het buiten. Hij is even groot als ik, — tusschen twee haakjes. — Na een poosje zeide ik, dat we weer naar binnen moesten, want dat Onkeltje niet van plan was zoo'n lange visite te maken.

Vlak voor de stoep van het huis keek hij mij ineens heel ernstig aan, en vroeg toen: „Zoudt u het goed vinden, als ik aan uw oom vroeg of ik nu en dan een visite mag komen brengen op Gerkestein?" Mijn hart klopte toch zóó, ik was bijna bang dat hij 't hooren zou. En toen ik heel zachtjes «ja" zeide, heeft hij eventjes heel stevig mijn hand gedrukt.

Het pijnlijkste was, toen wij binnenkwamen, dat de tante dadelijk vroeg hoe ik de kassen wel vond.

Toen ik in mijn verlegenheid niet onmiddellijk antwoordde, praatte zij er al weer dadelijk over heen. Maar Onkeltje is slim, die keek mij zeer achterdochtig aan.

Wij wandelden naar huis, want het was te vochtig en te koel geworden om in het ezelkarretje te zitten. Ik had den ezel aan de hand willen nemen, zooals ik zoo dikwijls doe, maar •Godert wilde er niet van hooren, morgen zou hij thuisgebracht worden, en Godert zou voor hem zorgen alsof het een van de duurste renpaarden was.

Op den terugweg hebben Onkeltje en ik niet veel gezegd. 9k weet niet of hij een beetje boos was, dan of hij vond dat ik niet weg had moeten gaan. En ik, die altijd praat en praten kan, had zooveel om over te denken.

Soeurette, nu heb ik je alles verteld als ik nu bij je kom, heb je dan even tijd voor mij ? Is je hoofd dan niet zóó vol met allerlei belangen van de kinderen en de juffrouwen dat je eens rustig naar mij zou kunnen luisteren? Eventjes maar, Soeuretje, denk, dat ik niemand heb om mijn hart aan uit te storten.

Je liefhebbende

Anne Marie.

Sluiten