Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij het fortuin van zijn ouders al heeft, maar van die oude tante is hij ook de eenige erfgenaam. Ik kan niet aanbieden nu op Gerkestein te komen, het zou er iets van hebben alsof ik naar Siberië verbannen werd, maar voor zijn familie doet men veel en ik zou wel iemand weten, nog een verarmde nicht van de familie, die zoo lang op het huis kon logeeren. Dat lijkt mij welvoegelijker, nu Soeurette zoo dwaas heeft geT daan — evenals vele meisjes van onzen tijd — om, voor dat het noodzakelijk is, het ouderlijk huis te verlaten."

De notaris snoof even verachtelijk met de vleugels van zijn kleinen rooden neus, als hij aan dien brief dacht.

Bah 1 wat een mensch! Als hij er niet geweest was, en niet gezorgd en gewaakt had, had zij dit weerlooze arme schepseltje al lang den voet op den nek gezet.

Maar dat was niet gebeurd, en 't zóu ook niet gebeuren, zoolang hij leefde — hij liep ineens wat langzamer — hij was nog jong genoeg, de meisjes noemden hem wel oud, maar elke volgende generatie noemt de vorige oud. Alleen was hij wat dik, veel te dik; —dikke menschen kregen eerder wat dan magere. Maar dan was het nog niets, hij had alles geregeld en geschikt, in de handen van haar familie zou ze nooit vallen. En nu moest hij strijden voor 't geluk van haar kind, hij moest alles doen wat zij niet kon doen.

Wat had ze hem vroeger niet dikwijls de kleine hand op den schouder gelegd en met haar lief stemmetje gezegd: „Nietwaar Otto, jij houdt toch nog wel van me, en als ik moeite heb dan zal jij me helpen?"

God wist alleen, hoeveel hij van haar gehouden had. Hij alleen wist van den zwaren strijd die in zijn hart was geweest. Als hij aan dien tijd dacht, balde hij nog de vuisten in de zakken van de dikke winterjas.

Niemand dan God alleen kon hem dan ook de kracht heb-

Sluiten