Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nu was er al een week voorbijgegaan en ze had hem

niet gezien, hij was niet komen vertellen van het spinet

„Dag freule!"

Daar stond in eens iemand voor haar, ze had hem niet zien aankomen, want ze had met gebogen hoofd geloopen, en hij was zeker uit den zijweg van links gekomen, en Barry had niet toegekeken, want die zat weer achter een arm haasje aan. Toen ze zijn stem hoorde, was het een oogenblik alsof haar hart stilstond.

Nu keken ze elkaar aan met zichtbaar welgevallen en een vroolijken glans in de oogen.

Half verlegen reikte zij hem de hand toe.

Hoe knap zag hij er uit, in die korte, met bont omzoomde jas, en met de hooge kaplaarzen aan! Een geweer droeg hij in zijn arm en een donkergroene, vilten hoed met een opstaand veertje bedekte zijn hoofd.

Hij wees lachend naar zijn wapen: „Alleen om me een houding te geven, weet u. Dwaal ik nu niet reeds zes dagen hier geheele middagen in de bosschen rond, om zeker iemand

te ontmoeten ? En tot eenige belooning heb ik op al mijn

wandelingen niemand ontmoet, dan klompenkindertjes en de eerzame dominé's juffer, en ook eens — 't is waar ook — den braven dokter van de plaats."

„Ilse Steenbergen wil anders iedereen wel graag ontmoeten." ... zeide nu Anne Marie, hem van ter zijde schalks aanziende.

Hij was nu naast haar gaan loopen, want 't was te koud om lang stil te staan, en in gelijken tred liepen ze nu te midden van de stille schoonheid van het sneeuwlandschap.

Maar geen van beiden lette op iets anders dan op elkaar. Barry was al lang tusschen de struiken verdwenen en deed een wilde, hartstochtelijke jacht Er was geen fluitje van zijn meesteres dat hem terugriep.

Sluiten