Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORWOORD

(~~^t TT et valt niet te weerleggen, dat, in den laatsten tijd, bij het meer I I ontwikkelde publiek, een groote geestelijke strooming kan worden 1 waargenomen. Het is dan ook niet te verwonderen, als onder I deze omstandigheden, talrijke werken het licht zien, die er naar M. A streven, een zoo ruim mogelijk inzicht te geven in die veel omvattende studie, die men terecht met den naam „Panfilosophie" betiteld heeft. Alhoewel het quantum van deze werken en werkjes tot een groot getal gestegen is, meen ik toch met het voorliggende boekje geen overbodig werk verricht te hebben. Ik heb hier dan getracht, een wiskunstig plan weer te geven van de „Schepping". Onnoodig is het, natuurlijk, te zeggen, dat dit alles slechts bij benadering te doen is. Hoe kan men immers het „Absolute", het „Ongeopenbaarde" in grove stof uitbeelden ? Zeer terecht merkte de groote alexandrijnsche kabbalist Philo op, dat men over den verborgen God, slechts door „ontkenningen", iets kan zeggen.

Ik heb, in het hierna volgende, hoofdzakelijk de Godheid (Macrocosmos) behandeld. Hetzelfde is natuurlijk ook van toepassing op den mensch in het algemeen (den Microcosmos). Hier heb ik dan den weg uiteengezet, die zoowel God als Mensch moet afleggen, om tot het hoogste Einddoel te geraken.

En hier nu juist schuilt de grootste vraag van het menschdom. „Vanwaar zijn we? Waartoe zijn we hier? en Waar zullen we ten laatste zijn?"

Zonder dat we het, misschien, beseffen, hebben wij daar, door deze drie simpele vragen, een lang Pad geteekend, vol van tranen en droefenis en toch zoo noodig in de groote Evolutie.

Niet voor niets zegt een mystiek spreekwoord: „De eenigste weg tot Volmaaktheid is de Onvolkomenheid!"

En zagen we den mensch niet langzaam uit zijn geestelijke sfeer nederdalen, om, door de grove stof heen, zijn weg naar boven weder te vinden? Welnu: „Zoo hier, zoo ook hier boven". Ook de Godheid legt dezen weg af. Hoe zou Zij anders zich met het kleed van stof kunnen bedekken, dat wij, om ons heen, als de natuur aanschouwen? Maar laten wij dit niet, als een zekere categorie van menschen, als een egoïstische daad van den Eéne, gaan beschouwen; immers Hij offert zich om der wille van het dwalende menschdom, vrijwillig, niet vragende naar eenige belooning. En Hij verdraagt, zacht gewillig, de harde beschimpingen, Hem door betweters toegeslingerd; en offert Zich zoolang, totdat het geheele menschdom, als door één oog, zal zien, dat niet Zijn afspiegeling, maar Hij zélf „Het" is. Moge dan het bescheiden boekje dat ik U aanbied, een wegwijzer zijn naar het ware Pad.

v. G.

Sluiten