Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vrije wil, de Persoon, als het Recht is het wezenlijk algemeene in de relatie der personen, en deze blijft in de overeenkomst als gemeenschappelijke vrije wil gelden. Mijn eigendom, als negatie van negatie, bleek (zie sub IV) alleen bestaanbaar, in relatie tót d. i. vóór den wil der andere personen. Deze relatie van den wil tot al de andere willen is de mogelijkheid tot werkelijke relatie van den wil tot één anderen wil: de overeenkomst als gemeenschappelijken wil1).

Om te vervreemden beginnen de twee partijen haar willen te verklaren; geraken beide verklaringen met elkaar in overeenstemming, dan is de overeenkomst tot stand gekomen. De relatie van den eigenaar tegenover allen is door deze handeling (door dit rechts/*»*) geworden tot de relatie van den eigenaar tegenover één bepaalden persoon. Er staan nU twee partijen tegenover elkaar, die hun willen tot één gemeenschappelijken wil hebben gemaakt ten aanzien van bepaalde zaken van elkaar of van een enkele zaak van een van hen.

Het gemeenschappelijke, waartoe de algemeene wil, die het Recht of de Persoon is, zich hier in de enkele willen der twee partijen verbijzonderd heeft, houdt dit in, dat de eene partij van haar zaak, afstand belooft te doen onder beding, dat de andere partij die zaak dan als de zijne zal beschouwen. Het sluiten van eene overeenkomst tot vervreemding (koop, ruil, schenking) is het maken van het beding, dat het mijne het dijne zal worden, eventueel versa vice.

Aanleiding hiertoe is, dat de eene partij van een zaak „genoeg" heeft (in dubbele beteekenis of in een der twee beteekeriissen. kan dit zijn), terwijl de andere partij aan die zaak „behoefte" heeft. (Dit er-van-genoeg en daartegenover er-aan-behoefte hebben ligt in de toevalligheden en de willekeurigheden van de personen, de economische verhoudingen etc. etc, en gaat ons hiér althans verder niet aan)2). Het genoeg-hebben-van en het behoeftehebben-aan zijn elkaar solkateerende tendenties, die leiden tot ruil, koop etc.

In de overeenkomst tot vervreemding van zaken is afgesproken.

») Cf. Hegel, § 71 + Zusatz.

") Cf. Hegel, § 71. In dit verband zou over de z.g. „oorzaak" (causa) en de „beweegreden" (motief) tot het sluiten van overeenkomsten gesproken moeten worden, wat te ver zou voeren.

Sluiten