Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat eenerzijds eigendom zal worden opgegeven, anderzijds eigendom aangenomen zal worden. In den eenvoudigsten vorm van overeenkomst tot vervreemding, n.1. de eenzijdige (de schenking), vereenigen zich de negeerende en de bevestigende houdingen van de twee personen t. a. v. één zaak. De een trekt zijn wil uit de zaak terug onder beding, dat de ander zijn wil er in legt. Bij de tweezijdige overeenkomst is deze wilsvereeniging van weerszijden t. a. v. ieders zaken het geval, en dit tevens zóó, dat het vervreemden van de eene zaak geschiedt onder beding van het verkrijgen der andere zaak, et versa vice.

De vervreemder vervreemdt zijne vrijheid niet aan de zaak, maar aan den verkrijger, want het accent ligt niet meer op de verhouding van den eigenaar tot zijn zaak, waarbij de andere personen hem betrekkelijk onverschillig zijn, maar de wil richt zich bij de overeenkomst juist op den anderen persoon. Immers men kan niet bij overeenkomst vervreemden als een ander niet wü verkrijgen. De willen worden gemeenschappelijk, dat is aan elkaar verbonden: door de overeenkomst ontstaat eene verbintenis. De vrijheid van ieder der beide partijen is gebonden aan de vrijheid van den ander; als gemeenschappelijke vrijheid is zij meteen (cf. sub III) onvrijheid of gebondenheid (verbintenis) geworden. De vrijheid der personen bevestigt zich in en door de zelfnegatie, welke de overeenkomst is (zie sub VI).

De overeenkomst is de eenheid van de twee op elkaar betrokken wilsverklaringen der partijen; zij is de eenheid van aanbod en aanneming.

Bij haar aanbod richt de eene partij zich tot eene bepaalde wederpartij, en dit aanbod kan zoowel uitgaan van hem, die genoeg heeft, als van hem die behoefte heeft. (B.v. ik kan vragen: wilt gij mij / zoo,— schenken?, zoowel als: zal ik u /ioo,— schenken?) In de eenzijdige wilsverklaring, die het aanbod is, ligt echter, als betrokken op de toekomstige wederpartij, al reeds wederkeerigheid (in aanleg) opgesloten; het aanbod geldt alléén hem1). Derhalve kan ook alleen hij aannemen. De onvolkomen, want nog herroepbare „belofte", die het aanbod is, wordt door de aanneming tot onherroepelijke, volkomen belofte, dat is tot „afspraak" of overeenkomst. De tegenpartij kan dit bereiken door enkel „ja" te zeggen, te knikken, zelfs door te zwijgen. Dit is begrijpelijk,

*) Het z.g. „openbaar aanbod" blijft hier onbesproken.

Sluiten