Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dering op iets is). En dat ,,iets" is steeds dezelfde zaak\ Als ik de zaak kwalificeer als mijn eigendom en daarvan absoluut wil afscheiden de zaak gekwalificeerd als door mij verschuldigd (of door mij te vorderen), dan blijft de zaak, ondanks deze verschillende kwalificaties, die toch immers de op verschillende wijze gekwalificeerde zaak zelve zijn, de zddk „waarom het gaat".

En tracht men nu weer opnieuw aan de tegenstrijdigheid te ontkomen, door te zeggen: dat „iets" is niet de zaak, maar de waarde van de zaak, dan komt de tegenstrijdigheid toch weer terug, inzooverre eene waarde altijd weer waarde van de zaak is. De waarde zonder zaak, waarvan zij de waarde is, is eene fictie, en deze opmerking laat zich niet terzijde schuiven door te zeggen, dat de waarde de prijs a^ of in „geld" is, want geld „geldt" niet zonder . . . „goud" (of zilver, etc), dus weer niet zonder eene zaak, die eene „reëele subrogatie" is voor de zaak, waarover gecontracteerd wordt. Het „in geld uitgedrukte bedrag" is eene idealiteit, welke zonder de realiteit van de door haar „vertegenwoordigde" „goederen" niet „geldt" *). Maar ook al zou men de „zaak" buiten beschouwing willen laten, en alleen „de" waarde als vermogensbestanddeel willen beschouwen, dan behoort die waarde (als nog eigendom) tot het vermogen en tevens (als verschuldigd) niet tot het vermogen van den debiteur, en hetzelfde geldt omgekeerd voor den crediteur, zoodat de tegenstrijdigheid betreffende beider vermogens bovendien dubbel is in dien zin, dat ze beiden eigenaar zijn en niet zijn van dezelfde waarde.

In het positieve recht komt deze tegenstrijdigheid onbewust tot uiting in den regel: „periculum est emptoris", d. w. z. na het sluiten van het koopcontract omtrent eene bepaalde zaak, is het risico van het door overmacht niet kunnen leveren van de zaak voor den kóóper, die dus moet betalen, ook al krijgt hij de zaak niet geleverd (b.v. doordat de zaak ondanks diens goede zorg aan den debiteur ontvreemd is). En toch heeft de verkooper (debiteur van de zaak) de actie tot opvordering op grond van zijn eigendomsrecht tegen den dief, niet de kooper. Het Romeinsche recht heeft bij deze regeling van de risico dus het accent gelegd op het reeds eigenaar zijn van den kooper vóór de levering, terwijl de kooper dit volgens datzelfde Romeinsche recht uitdrukkelijk niet is! In het Germaansche en het moderne recht is het risico nu eens voor den debiteur, dan weer voor den crediteur, i) Zie over de „waarde": sub V. Cf. Bolland, Z.R? blz. 466.

Sluiten