Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vond daarom allerwege ingang; de beoordeeling der wereld onderging eene totale verandering. En in die gemoedsstemming kreeg men ook weer een anderen blik op het oorspronkelijk Christendom; men voelde zich aangetrokken door de moraal van de Bergrede; en diep ging men weer gevoelen de scherpe tegenstelling, die er bestond tusschen het leven van Jezus en den wandel der Christenen in de tegenwoordige eeuw.

Sommigen drongen er daarom op aan, dat de Christenen, indien zij wilden zijn, wat zij heetten, ook weer naar het voorbeeld van Jezus hun leven zouden inrichten. John Stuart Mill zeide, dat nauwelijks één van de duizend Christenen zich liet leiden door de voorschriften van het Nieuwe Testament; practisch schikt men zich veel meer naar de zeden, die in een volk, in een stand of klasse bij een bepaalden cultuurtoestand bestaan, en brengt- daar dan het Christendom, zoo goed en zoo kwaad als het gaat, mede in overeenstemming. Theoretisch gelooft men, dat de armen, zalig zijn, dat de rijken moeilijk ingaan in het koninkrijk der hemelen, dat men de linkerwang moet toekeeren aan wie op de rechter slaat, dat men den rok moet geven aan wie den mantel vraagt, dat men niet zorgen moet voor den dag van morgen enz.; maar men leeft en handelt er volstrekt niet naar.

In denzelfden geest lieten de schrijver van De ware ge- M schiedenis van Josua Davids, Sheldon in zijn: Wat zou Jezus doen, en Tolstoi in zijn: Mein Glaube zich uit. Zelfs de waardeering van kerk- en dogmengeschiedenis werd, onder deze invloeden bij Ritschl en Harnack eene gansch andere, dan die ze bij Hegel en de Tubingsche school was geweest. Terwijl dezen haar beschouwden als eene hoogere, redelijke ontwikkeling van den godsdienst in het Nieuwe Testament, zagen Ritschl en de zijnen daarin ééne groote afdwaling van het oorspronkelijke Christendom. Wij moeten, zoo zeiden zij, weer naar het eenvoudig Evangelie terug, dat van niets weet dan van God en de ziel en waarin voor Jezus, anders dan als profeet en leeraar, geene plaats is.

Anderen waren het in zekeren zin wel met de praemissen eens, maar trokken er eene gansch andere conclusie uit. Zij erkenden den grooten afstand tusschen het oorspronkelijke Evangelie en het tegenwoordige Christendom, maar leidden daaruit af, dat het Christendom zichzelf overleefd en uitgediend had. Er is toch geene verzoening mogelijk tusschen de eischen van het Evangelie des Nieuwen Testaments, en de plichten, welke de moderne cultuur ons oplegt. Het Christendom roept ons toe: hebt de wereld niet lief noch iets, dat

Sluiten