Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5..

Bij deze apostolische beginselen sloot de kerk zich aan. toen zij door louter zedelijke en geestelijke middelen de overwinning over de wereld behaalde en met eene negatieve houding tegenover de toenmalige cultuur zich niet meer tevreden kon stellen. Bij het inslaan van deze, in zekeren zin nieuwe richting stuitte zij op veel tegenspraak en tegenstand; niet alleen kettersche en sectarische groepen stonden tegen haar over, maar binnen haar eigen muren waren de meeningen over de houding, welke de Christenen tegenover de Grieksch-Romeinsche beschaving hadden aan te nemen< ten zeerste verdeeld. Ook kon de kerk haar weg niet vervolgen, zonder aan het ascetisch ideaal groote concessies te doen en er binnen bare grenzen een eigen terrein voor a£ te bakenen. Maar vooral onder leiding der bisschoppen van Rome wandelde zij voort in het pad, dat zij door de apostelen zich aangewezen zag, en nam zij tegenover staat, wetenschap, kunst, bedrijfsleven, krijgsdienst enz. allengs eene meer positieve houding aan. Zelfs sloeg zij daarbij in verloop van tijd tot een ander uiterste over; de kerk had invloed op de wereld, maar de wereld drong ook de kerk binnen en wekte in haar de begeerte naar de grootschheid des levens en naar aardsche macht. Wereldverachting en wereldbeheersching waren de kenmerken van de kerk in de Middeleeuwen.

Tegen beide kwam de Reformatie in verzet. Zij vond haar uitgangspunt in de rechtvaardiging door het geloof alleen, en ondermijnde daarmede het ascetisme, dat steeds op pelagü ansche werkheiligheid rust; maar zij maakte daarmede tevens een einde aan de heerschappij der kerk over de natuurlijke levensterreinen en wilde van geene andere synthese tusschen Christendom en cultuur weten, dan die langs zedehjken weg tot stand kwam. Aan deze beginselen zijn de kerken der Hervorming lang niet altijd getrouw geweest; menigmaal hebben zij van de macht, die zij verwierven, weder misbruik gemaakt; mede door haar schuld is daarom de geschiedenis na de zestiende eeuw in Europa de geschiedenis geweest van de gestadige emancipatie van heel het natuurlijke leven aan de heerschappij van belijdenis en Schrift, zoodat de cultuur thans als eene zelfstandige en imposante macht tegen de kerk van Christus overstaat. Maar indien er van eene synthese tusschen Christendom en cultuur sprake zal kunnen zijn,, dan zal ze toch nooit anders tot stand kunnen komen dan in den

Sluiten