Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ethischen weg, dien de gemeente in de eerste eeuwen bewandelde en dien de Reformatie weer principieel als den eenig-juisten aanwees.

Daartoe is het in de eerste plaats noodig, erop te wijzen, dat de cultuur, in den ruimsten zin genomen, zoodat ze huwelijk, gezin, bedrijf, beroep, landbouw, nijverheid, handel, wetenschap, kunst, staat en maatschappij omvat, dat deze gansche cultuur nooit te beschouwen is als een product van het Christendom. Zij komt immers, in armer of rijker vorm, bijalle volken voor; ze had in de Grieksch-Romeinsche wereld reeds eene aanzienlijke hoogte bereikt, voordat het Christendom daarin zijne intrede deed; zij ontving in de Middeleeuwen haar eigenaardig cachet door het compromis, dat toen tusschen Christendom en Antike, tusschen kerk en wereld tot stand kwam; en zij werd in den nieuweren tijd tot eene macht, inzonderheid ten gevolge van de nieuwe methoden, die in natuur- en geschiedwetenschap werden toegepast en tot allerlei verrassende ontdekkingen leidden. Het Christendom treedt trouwens ook nooit met de pretentie op, dat het de cultuur heeft voortgebracht of voortbrengen moet. Integendeel, het Nieuwe Testament onderstelt het Oude Testament; de herschepping is op de schepping gebouwd, het werk des Zoons sluit zich aan bij het werk des Vaders, de genade volgt na de natuur, de wedergeboorte kan niet plaats hebben dan na de geboorte. Al de goederen der cultuur, huwelijk, gezin, staat enz. zijn goede gaven en volmaakte giften, die nederdalen van den Vader der lichten; zij zijn te danken aan de algemeene goedheid Gods, die zijne zon laat opgaan over boozen en goeden, regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen, en de harten der menschen vervult met spijze en vroolijkheid.

Ten tweede is hiermede onmiddellijk gegeven, dat de cultuur in al hare vertakkingen haar eigen leven leidt en hare eigene wetten meebrengt. Het Christendom heeft volstrekt de roeping niet, om dit leven der cultuur te vernietigen en de wetten van dat leven te weerstaan, maar integendeel om dit leven met zijne eigene regelen ten volle te eerbiedigen; de genade onderdrukt immers de natuur niet, maar herstelt ze. Ook is het Evangelie geene nieuwe wet; niet alleen is het dat niet tegenover de wet van Mozes, maar het is dat ook niet tegenover de wetten, welke God in de natuur en voor de natuurlijke levensterreinen vastgesteld heeft. Staat» maatschappij, kunst, wetenschap, landbouw, nijverheid, handel enz. zijn gebonden aan de ordinantiën, die overeenkomstig Gods openbaring in de natuur voor elk hunner gelden, en

Sluiten