Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeuwen door de kerk tegen de Grieksch-Romeinsche beschaving gestreden werd. Hij mist de eenheid, de geslotenheid, die toen zijne kenmerken waren. Er is in de tegenwoordige cultuur te veel, dat wij allen dankbaar aanvaarden èn waarvan wij dagelijks in het leven genieten. De ontdekkingen der natuurwetenschap, de vergezichten, welke de geschiedwetenschap heeft geopend, de wonderen, welke de techniek heeft tot stand gebracht, zijn van dien aard, dat ze niet anders kunnen beschouwd worden dan als goede gaven en volmaakte giften, nederdalende van den Vader der lichten. Over heel de linie van den strijd heen hebben de Christenen in de cultuur tusschen het goede en het kwade te schiften; niemand, die ze geheel aanvaardt, en niemand ook, die ze ten eenenmale verwerpt; over de grens tusschen beide loopen de meeningen ver uiteen. Zoo ontbreekt aan den strijd de eenheid zoowel in den aanval zelf, als in het punt, waarop hij zich richt. En het ergste is, dat de bekeering, welke het Christendom predikt, door den mensch van dezen tijd niet meer gevoeld wordt als eene bevrijding, maar als eene knech; ting des verstands.

Ook zedelijk kan de strijd tusschen Christendom en cultuur in dezen tijd niet met dien in de eerste eeuwen gelijk worden gesteld. De overgang van het Heidendom tot het Christendom, bracht ook in het leven een algeheelen omkeer teweeg, 1 Cor. 6 : 20, Ef. 2 : 1, 2, Col. 3 : 5-14, Tit. 3:3; maar. welke beschuldigingen er terecht van zedelijk standpunt tegen de moderne samenleving in te brengen zijn. zij kan toch niet zonder meer eene Heidensche maatschappij worden genoemd. Hoe zij zich verder ontwikkelen zal, weten wij niet; er zijn vele verschijnselen, die ons hart met zorg en vrees vervullen kunnen; indien de beginselen, door sommigen aan eene moraal der toekomst ten grondslag gelegd, in de maatschappij en in de wetgeving des lands mochten doorwerken, zouden we ergerlijke toestanden tegemoet gaan. Maar zoover is het nog niet; regeering, wetgeving, rechtspraak, heel het fcfficiëele leven staat tot op den huidigen dag nog onder invloed van die zedelijke normen, welke aan het Christendom zijn ontleend ; ook de moderne staat en maatschappij rusten grootendeels nog op Christelijke grondslagen. En in het algemeen mag men zeggen, dat zij niet, als in de dagen der eerste Christenen, de navolging van Christus onmogelijk maken. De gemeente geniet eene vrijheid, waarvoor zij niet anders dan dankbaar kan zijn; aan verdrukking en vervolging staat Zij thans niet ten prooi.

Toch neme men hierbij wel in aanmerking, dat-recht en

Sluiten