Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het groote beginsel van het Evangelie, dat het de rechtsorde met zijn noodzakelijken dwang en straf onaangetast laat en daarop alleen langs geestelijken en zedelijken weg hervormend inwerken wil.

Die deugden nu, welke de discipelen van Jezus in den omgang met anderen te beoefenen hebben, zijn in de Bergrede naar beginsel en wezen dezelfde, als die de apostelen in de navolging van Christus opnemen. Het zijn de deugden van waarheid, gerechtigheid, liefde, lijdzaamheid, zachtmoedigheid enz., die eeuwig van kracht blijven en in elke omstandigheid des levens hare geldigheid behouden. Natuurlijk kan en moet hare toepassing verschillen; want, schoon allen aan dezelfde zedewet onderworpen zijn, vloeien daaruit toch andere plichten voor de overheid en voor de onderdanen, voor de ouders en voor de kinderen, voor de rijken en voor de armen, in voor- en tegenspoed, in gezonde en in kranke dagen voort. En zoo zijn de deugden dezelfde, waartoe de navolging van Christus ons roept, al is het ook, dat de omstandigheden in hare toepassing wijziging kunnen brengen. In den oorlog bijv. is het weerstand bieden aan den vijand plicht, al mag er van persoonlijke wraak of haat geen oogenblik sprake zijn. De strijd gaat immers niet tegen den vijand als mensch, maar enkel en alleen tegen den vijand, omdat hij en inzoover hij met de wapenen tegen het recht ingaat. De Regeering, die in dezen zulk eene groote verantwoordelijkheid draagt, heeft daarom wel toe te zien, dat zij niet dan in den uitersten nood en om volkomen rechtvaardige redenen den oorlog verklaart; want anders dwingt zij hare onderdanen, om zich noodeloos op te offeren of voor den triumf van het onrecht hun bloed te vergieten. En zeker is het voor haar van het hoogste belang, dat zij bij de oorlogsverklaring met het volk voeling houdt, want in den strijd kan zij den steun der consciëntie in de natie niet missen.

Indien een oorlog klaar en duidelijk ter handhaving van het. recht wordt aangebonden, kunnen de burgers met vrije consciëntie ten strijde trekken, en ook op het slagveld die deugden beoefenen, waartoe de navolging van Christus hen verplicht. Ongetwijfeld leggen de omstandigheden hier groote zwarigheden in den weg; van geestelijke zegeningen wordt inden tegenwoordigen oorlog weinig vernomen, maar veel wordt gehoord van godsdienstige onverschilligheid en zedelijke verwildering. Doch in het wezen der zaak zijn de moeilijkheden, waarmede de navolging van Christus in het leger en aan het front te worstelen heeft, geene andere, dan die daaraan ook in het gewone leven verbonden zijn. Ook hier is het

Sluiten