Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schap op haar eigen terrein te ontmoeten en de vraag te behandelen of er metterdaad zoovele en zoodanige buitenSchriftuurlijke parallellen van de gegevens der Schrift aanwijsbaar zijn dat het openbaringskarakter van den Schriftinhoud niet langer te handhaven is.

Bij de behandeling van het vraagstuk ons gesteld zullen wij dan wel doen ons met name te plaatsen op den bodem van het feitenmateriaal. Immers de overstelpende feitenmassa waarin zich de Vergelijkende Godsdienstwetenschap meent te mogen beroemen is wel geschikt om indruk te maken. Vooral de ietwat tot twijfel neigende geesten zullen door deze feiten-massa lichtelijk tot het prijsgeven van het Schriftgezag worden overgebogen. Daar komt bij, dat feiten toch ook voor ons feiten blijven, en dat wij deze hebben te erkennen. Wat wit is kunnen en mogen wij niet zwart heeten. De noodzakelijkheid om dus vooral te onderzoeken of het te berde gebrachte feitenmateriaal werkelijk tot de door de Vergelijkende Godsdienstwetenschap getrokken conclusie recht geeft, springt in het oog.

Intusschen dient toch aan het onderzoek van het feitenmateriaal ■ eene korte bespreking vooraf te gaan van de methodische grondstelling der Vergelijkende Godsdienstwetenschap dat het eisch van ware wetenschap is principieel geen onderscheid te maken tusschen datgene wat ons de Schrift te lezen geeft en wat in het leven der volken als uiting van religie kan worden opgespoord. En dan kan er op worden gewezen dat wat de Vergelijkende Godsdienstwetenschap wil eene onmogelijkheid is, reeds hierom wijl toch ook de onderzoeker zelf een bepaalden godsdienst heeft, en daarom niet alle godsdienst-uitingen principieel geüjk behandelen kan, of hij zou indifferent moeten staan tegenover zijne eigene religie. Wezenlijk voldoen aan den eisch om geen onderscheid te maken tusschen verschillende religieuze uitingen zou alleen mogelijk zijn voor den volstrekt godsdienstlooze; maar deze zou als betrouwbare gids op het terrein der godsdienstverschijnselen evenmin kunnen worden erkend als een mensch zonder kunstgevoel de aangewezen persoon zou zijn voor het oefenen van kunstkritiek. Maar wat de Vergelijkende Godsdienstwetenschap wil is voorts ook onbestaanbaar wijl het in strijd komt met den aard van haar eigen voorwerp

Sluiten