Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enz., hetgeen alles verklaard wordt uit vreeze om schade toe te brengen aan de zielestof. De tekst der H. Schrift steunt een dergelijke verklaring niet, of weerspreekt ze door eene geheel andere verklaring te geven.

Ook het z.g. Fetisjisme wordt in de Schrift gezocht. Onder een fetisj verstaat men een voorwerp dat geacht wordt eene bizonder groote hoeveelheid zielestof te bevatten, en daarom eene meer dan gewone macht te bezitten. Wij kunnen de vraag laten rusten of wellicht ook sommige voorwerpen van den onwettigen eeredienst, zooals de heilige steenen en boomen (met name de heilige paal), een fetisjistisch stempel dragen. Immers, ook indien dit zoo ware, zou dit niets bewijzen tegen het openbaringskarakter der Schrift. Een andere vraag is het of ook in den wettigen cultus sporen van Fetisjisme openbaar worden. Met name heeft men op grond van de mededeeling dat de Arke des Verbonds de twee steenen wetstafelen bevatte aan een paar steen-fetisjen gedacht. Dit is evenwel pure gissing en behoeft ons dus niet op te houden. Nog minder waarde is te hechten aan het argument ontleend aan Jes. 51 : 1 en 2 dat Abraham oorspronkelijk een steenfetisj zou geweest zijn en Sara de holte waarin deze lag! Maar men meent dan toch althans in de geschiedenis van Jakob in Bethel een afdoend bewijs voor een Israëlitisch Fetisjisme te bezitten: de steen door den aartsvader opgericht wordt door hem een Beth-El, een huis Gods genoemd (Gen. 28 : 22); hij is dus wel van meening dat in dezen steen een godheid huist. Wanneer hier nu echter werkelijk Fetisjisme in het spel ware, dan moest Jakob niet zeggen: „deze steen zal een huis Gods wezen", maar is een huis Gods. Jakobs bedoeling is ongetwijfeld dezen steen tot een huis, d. w. z. een heiligdom Gods te maken,' een plaats om Gode eere te brengen.

Wij komen thans tot het eigenaardige verschijnsel dat onder den naam taboe bekend staat. Het woord taboe is van Polynesischen oorsprong en beteekent dat iets van een bizonder merkteeken is voorzien, waardoor het aan het gewone gebruik onttrokken is. Wat taboe is mag niet worden aangeraakt, een spijze die taboe is mag niet worden gegeten, eene handeling die taboe is mag niet worden verricht. De taboe-eigenschap kan ook van het eene op het andere worden overgedragen, en priesters of stamhoofden hebben het vermogen om dingen taboe te maken of het taboe op te heffen.

Sluiten