Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f van Marx, en van de Oude Internationale, — die revolutionair-theoretischpraktische, die met Lassalle aanvangt, en langzaam naar en in denegentiger jaren eindigt, — de Internationale een verzameling van partijen, die elk voor zich leefden, en die daarom toen ook zelfs geen uiteilijke band meer bond.

De theoretisch-praktisch-revolutionaire periode werd in de landen van Europa waarover wij hier spreken, gevolgd door een andere.

Aangelokt door het succes dat de Arbeiderspartijen hadden, kwamen de groote massa's arbeiders, op hervormingen belust. De niet-vurigsten, de niet-beslen, de niet-dappersten. De middelsoort. De Massa.

De Massa is, onder het Kapitalisme, overwerkt, zonder geestelijke ontwikkeling. Zij, de overgroote meerderheid van haar, leüe,.alleen, kon toen alleen nog letten op het dagelijksche, het werk, het brood, het kleine voordeel. Deze Massa kwam.

De Strijd was ook gemakkelijker geworden. De Arbeiderspartijen waren eindelijk erkend. De Regeeringen en Patroons hadden iets toegegeven, waren hier en daar hun toegemoet gekomen.

De groote nationale massa kwam, tuk op hervormingen. Op hervormingen alleen. En dat groote aantal begon zich te doen gelden.

Door het groote aantal kon men Macht veroveren. Door de vele stemmen zetels. Hoe de kwaliteit dier personen was, begon er minder toe te doen.

Onder deze massa, in de nationale vakvereenigingen en de nationale partijen, werd hervorming alles. Verbetering van levensstandaard het Doel. De Theorie, het Revolutionaire ging verloren. En daardoor het Internationale geheel. Deze dingen werden geheel tot Woord.

Toen kwam het Revisionisme op, dat deze praktijk tot theorie maakt. \ De leer die zegt: „Arbeiders, Arbeiders der Natie, verbindt u voor hervormingen. Hervorming, de weg naar het doel, is alles. Verbindt u ook met de bourgeoisie, met een deel van haar, dan krijgt ge nog veel meer hervormingen."

En die leer schoot wortel in de hoofden dier massa's, dier zelf reeds daarvoor zoo ontvankelijke arbeiders, — vooral ook omdat er tijden kwamen van prosperiteit, — omdat er een goudstroom kwam over Europa, na Californië en Australië, uit de Transvaal, — en de gedachten in hun hoofden naar revolutie werden al vager en vager, en de gedachte aan hervorming werd het eenige. Zoo werd de massa.

Toen kwam ook een ander soort leiders.

In de eerste dagen had men de principieele mannen gehad, menschen die ontvlamd waren door de idee van het socialisme, die alles daarvoor over hadden en van haar propaganda alles verwachtten. Die den hoogsten moed hadden, den waarlijk revolutionairen geest en wil en kracht. Die vooral ook, voor zoover zij geen arbeiders waren, trachtten den bourgeois af te schudden en zich geheel te verplaatsen in de massa, in de arbeidersklasse.

Die zich verplaatsten of trachtten te verplaatsen'in de hoogste Idee, die zij zich konden vormen, van een zich vrij strijdende Arbeidersklasse. Die naar dat Ideaal al hunne daden en woorden en voorstellen richtten.

Sluiten