Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met meer of minder helderheid verkondigden zij de Revolutie aan€ de arbeiders en tegen de bourgeoisie.

Dat waren Bebel, Guesde, Liebknecht, Plechanow, Axelrod, Kautsky, Mehring, Labriola, Lafargue, Hyndman, Quelch, Domela Nieuwenhuis :in zijn eerste periode, van der Goes en vele anderen. —

Maar toen de macht kwam, kwamen er anderen.

Philanthropen, ethici, hoog en fijn ontwikkelde burgerlijken, zwakken, eerzuchtigen, gewetenloozen, bedriegers der massa. Zeer veel welwillenden en onnoozelen en die van het socialisme en van zijn •theorie niets wisten. Bedriegers van zich zelve. Beroepspolitici die het socialisme tot vak, tot winstgevend bedrijf, tot levensonderhoud maakten.

En deze grepen alle, uit filanthropiè, burgerlijke ethiek, hoog en ■fijn begrip, eerzucht, domheid, onwetenheid en gebrek aan karakter of geweten, practischen zin, het Revisionisme op.

Revolutie was onmogelijk of slecht of te ver. Hervorming, dat was mogelijk en nabij en goed en winstgevend. — Maar de arbeiders zijn zoo zwak, zoo dom, hun aantal stemmen in het Parlement en den Raad te klein. Laat ons daarom compromissen sluiten met de bourgeoisie.

De ouden, de radikalen, ziende dat het hooge, het ideale, het revolutionaire verdween, verzetten zich.

Maar het hielp niet, de Massa was zelf, overal, zoo op hervormingen, daarop vooral, vaak daarop alleen, gespitst, dat zij gehoor gaf aan de Reformisten en de raadgevingen van de radikale Idealisten, die hun trouwens de Revolutie niet geven konden, in den wind sloegen.

Meer en meer werd aldus de Theorie, de Revolutie een zaak van tiet hoofd waaraan de besten nu en dan eens, als iets schoons en hoogers dachten, een zaak van het hart waarvoor dit nu en dan eens klopte, — maar het gewone, het dagelijksche, het altijd bij hen zijnde, waaraan de massa geregeld dacht, nacht en dag, dat werd de praktijk, de Hervorming.')

De Vakbeweging die alleen voor het kleine strijdt, die alles bereikt •door kleine concessies van en contracten met de patroons, werkte dit .zeer in de hand.

Overal werden nu de bestuursplaatsen in alle vakvereenigingen ingenomen door Reformisten. Overal vulden deze de besturen der •partijen, de redacties der kranten, de gemeenteraad- en parlementzetels.

Weldra waren zij overal de meerderheid, en, in de meeste landen, de éénige leidende macht.

Maar zoowel in de vakbeweging als in de politieke partijen zijn liet de leiders, de afgevaardigden, en de besturen, dus de enkele personen, die in het Parlement, den Raad, tegenover de andere partijen en in de besprekingen met de patroons de overwinning behalen, zij 't dan ook slechts den schijn daarvan.

Het zwaartepunt verplaatste zich daardoor van de massa naar de leiders. Er onstond een Arbeiders-bureaukratie.

') Een korten tijd bracht de Russische revolutie eenige verbetering, zoo in Oostenrijk en Pruisen in den Kiesrechtstrqd.

Sluiten