Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men Dr. Reesse (spreekt uit als: Ries.) Onze tijd wordt gedrukt door ongeloof. Levensblijheid predikt Reesse. Dé kunst is hem niets dan een uitingsmiddel voor zijn hooge levensbeschouwing, die vierkant ingaat tegen de droeve leer van het „struggle for life." En daarmede hóórt hij in deze stad. Hier ontmoet hij de idealisten, die wereldvrede iets mogelijks achten. Wij zijn in het Vredesjaar, Meneeren, in de stad van het Vredespaleis. Is Nederland niet Vredesland? Leeft niet in iederen Nederlander als een instinct het veilig gevoel, dat er wel geen oorlog zal komen, dat wij met oorlog niet hebben te maken? (Enkele o's. Ook bijvalsgeroep. De mannen schrijven als razenden.) U zegt: geen vrede, maar arbitrage! Maar is dit „hof" niet slechts een begin? Als een eerste steen van het Groote Gebouw? — (Plotselinge geestdrift. Een enkele zwaait met zijn aanteekenboekje. Vele bravo's. Dickson wenkt met de hand om stilte, en gaat voort met ontroerde stem:) Ja, nietwaar, het Groote Gebouw, dat eenmaal aan de Hollandsche kust den Engel des Vredes verwelkomen zal, zooals een eeuw geleden de vorst is verwelkomd, die Holland den vrede terugbrengen kwam. Dénkt u, Meneeren, dat Carnegie enkel aan arbitrage gedacht heeft? — Denkt u, dat Nobèl niet verder zag dan een illuzie van gewapenden vrede? — Vrede op aarde klinke hier van de

kust en daarvan ziet u de profetieën

(Dickson wijst met breed gebaar naar de kunstwerken in de zaal. Door de raamdeuren aan den zeekant dringt plotseling, luidruchtig, een

Sluiten