Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deftige firma — zijn huwelijk maakte zijn koffie suspect 1 Zoo kwam ie naar 't groot ere Amsterdam. Hij had er een kennis, een zakenvriend, die, goedhartig, als huisvriend zich aanbood. Een ellendeling!

Terwijl ik dit woord zei, stond ik op. Hij verschoof, als wou ie ook opstaan.

— Blijft u zitten! bitste ik neer.

De anderen keken op, wendden zich naar mij om, verbaasd.

Met de handen in de zakken, stond ik boven hem. Ik wist, dat ik geen moord zou doen. Wel drong mijn heele jeugd tot toeslaan. Het machteloos woedend-zijn-zonder-weten van jaren, 't wanhopig medelij met mijn vader, de behoefte aan een straf uit rechtvaardigheidswil, dat alles werkte, kookte in me, en ik kon nu straffen, wreken. Vréés voor de daad, neen, lafheid weerhield me niet! 't Was mijn hoogheidsinstinct, een teleurgesteld-zijn: de schrijnende beschaming, dat hij het maar was, dat een wezen als deze pretmaker-zonder-meer het maatschappelijk leven van mijn vader had kunnen vernietigen. Dat bange wezen, daar vlak vóór me! Ja, ik had hem nu te dicht bij mij, te vast in mijn macht, alles duurde te lang, al....

Hij keek versuft, als na veel drinken. God, wat was dit misselijk! Jaren was zijn misdaad geleden. Zonderling in zijn voordeel getrouwd, met een vrouw, die in alles zijn meerdere was,

Sluiten