Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon hij uit eigenbelang niet anders wenschen, dan dat niemand en niets hem ooit zou herinneren aan die grove laaghartigheid. En hij had mij in huis gehaald! Waarom? Uit een dolzinnig tarten van het toeval? Deed zijn kennis van mijns vaders karakter hem vermoeden, dat ik niet weten kon, wie hij was? Had hij, bij zijn bezoekje achter, de eerste avond van mijn zingen, bemerkt, dat zijn naam mij niets zei? Maar wat, in Gods naam, had hij dan aan mij, als het niet de hondsche waaghalzerij was, af te wachten, hoe de zoon van zijn slachtoffer in zijn huis zich zou gedragen?

'k Had het woord: ellendeling herhaald. Ik vertelde 't bedrog, aan mijn vader gepleegd. Een kennis, die voorgaf boven de maatschappelijke conventie te staan, had zich al heel gemakkelijk met zulke praat in mijns vaders huis gedrongen. Hij sloeg er, dat ging immers onder ruim-denkende menschen, een vrije toon aan — vrijer, dan mijn vader wel wenschte.... maar 't was de vriend, de eenige vriend, mijn moeder trok zelfs partij voor hem, juist om dat vrije, dat zoo leuk was, dat haar gemeenzaam aandeed van vroeger, o! hij kende het zwak van haar koketterie! en ook maakte hij zich onmisbaar, door ons huis te isoleeren met gestadige kwaadsprekerij over ons. Hoe knap en hoe ijverig was hij in al deze listigheid! Mijn vader vertrouwde hem buitenshuis en er binnen, mijn

Sluiten