Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uitwijken en passeeren. Een door mechanische kracht bewogen vaartuig moet voor andere vaartuigen uitwijken en wanneer er gevaar voor aanvaring bestaat, stoppen en achteruitvaren.

Evenals te land, geldt ook te water het voorschrift: „rechts houden". Bij ontmoeting met andere vaartuigen houdt men stuurboord en varen de vaartuigen elkander aan bakboord voorbij. Uitzondering hierop maken vaartuigen die aan de lijn gejaagd worden, bij ontmoeting van een schip dat niet gejaagd wordt. In dat geval houdt het gejaagde vaartuig den wallekant en vaart dus binnendoor langs het Jaagpad.

In vaarwaters smaller dan 300 meter, die sterke bochten vormen, houden de stoom- en motorbooten de stuurboordzijde van het vaartuig en de zeilvaartuigen het midden van het vaarwater öf den stuurboordswal, zoo de windrichting zulks toelaat.

Een stoom- of motorvaartuig, dat een ander stoom-, motorof zeilvaartuig inhaalt, moet dat vaartuig aan bakboord houden. Mocht men echter in strijd met deze bepalingen handelen, dus naar stuurboord uitwijken, dan geeft men dit te kennen door het uitsteken van een blauwe vlag aan stuurboord öf door twee korte stooten op den hoorn. In stroomend water moet bij het passeeren van bruggen of andere hindernissen de opvarende schipper wachten op den afvarende.

Behalve in gevallen van noodzaak is het verboden elders te ankeren dan op vaste, daarvoor aangewezen plaatsen. Wordt op een; sluis of brug een roode cylinder, afgedekt door een halven bol, een rood bord, een roode vlag of een rood licht getoond, dan moeten de vaartuigen stoppen. Bij het voorbijvaren van diep geladen vaartuigen, van in lading of lossing liggende schepen, die een roode vlag of twee roode lichten onder elkaar vertoonen, moet men vaart verminderen; zoodat de golfslag geen hinder of ongevallen kan veroorzaken.

Signalen. Bij mist moeten stoom- of motorvaartuigen met tusschenpoozen van hoogstens twee minuten een aangehouden stoot geven.

Sluiten