Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

treffen en hinderen. Als twee dichterlijke beschavingscritieken in tooneelvorm, de eene tragisch, de andere comisch, noem ik in dit verband maar dadelijk, ofschoon zij dagteekenen uit veel lateren tijd dan „Luzern", de twee tegenhangers „De macht der duisternis" (1887) en „Het succes der verlichting" (1891). „Het succes der verlichting" zal echter, tegen de bedoeling van 'den schrijver in, nog méér doen lachen — naar ik vrees — om de onbeschaafde boeren dan om de Overbeschaafde heeren en dames.

Evenmin als het beschavingsprobleem liet het huwelijksprobleem Tolstoy op hoogeren leeftijd los. Dat getuigt „De Kreutzersonate" (1890). Ik herinner mij nog de geweldige opschudding, welke deze realistische vertelling teweegbracht. Reformatorisch, en dan in den zin als door Tolstoy bedoeld, wordt zij eigenlijk pas door zijn „Naschrift".

Ook het volksprobleem is veel later nog eens weer door Tolstoy met dichterlijke hand aangevat in die prachtvertelling van „Heer en Knecht" (Ned. vert. 1895). Reformatorisch is zij in zooverre, dat de heer, in plotselingen liefdegloed ontstoken, met eigen levenswarmte het bevriezende lichaam van zijn knecht voor den dood behoedt, al moet hij zelf bij die opoffering dan ook omkomen.

In „De dood van Iwan leljïetsj" (omstreeks 1899 verschenen) heeft Tolstoy óók het stervensprobléem voor 't laatst nog eens weer als afzonderlijke novelle behandeld. En ook ten aanzien van dit probleem blijkt Tolstoy in reformatorische richting te zijn voortgeschreden, waar de oplossing gelegd wordt in de liefde, welke, men levende geschonken heeft en welke men stervende ontvangt.

Wereldvermaardheid verwierf Tolstoy eerst door zijn meesterwerk „Oorlog en Vrede" (1865—1869), toen tien jaren later de eerste Fransche vertaling ervan het licht zag. Hierin heeft Tolstoy de schrikperiode van Napoleons inval in Rusland beschreven, zooals deze voor hem opleefde door bestudeering van de geschiedenis in verband met herinneringen van zijne familie. Het is een heldenepos in den vollen zin des woords en het Oostersch fatalisme, waarmee men aan Russische zijde de zaken opneemt en den strijd voert, draagt tot deze waardeenng bij en doet denken aan de Moira van een Ilias. De gansche benijdenswaardigheid van een eenvoudig, trouwhartig soldaat, die eigen leven niets telt, is met één trek geteekend m diens stereotiepe avondgebed: „O God! laat mij slapen als een steen en wakker worden als een blad".

Sluiten