Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een profeet. Verhalen en gesprekken van Leo Tolstoy. Met een inleiding van William T. Stead."

„Het is noodig, dat mannen en vrouwen zich zeiven gaan voorhouden, om in het huwelijk de liefde en de daarmee verbonden zinnelijke genegenheid niet voor een poëtischen, verheven toestand aan te zien, maar voor een den mensch vernederenden, dierlijken toestand". — „Kinderen zijn een losprijs voor de zinnelijke liefde". M.a.w. het kind is een soort zoenmiddel tot delging van de geslachtelijke schuld der echtgenooten! Maar, mijn Hemel! hoe kan de vrucht der zonde ooit de zonde wegnemen? — „Het doel der vereeniging met het voorwerp zijner liefde in het huwelijk is een den mensch onwaardig streven". — „Een Christelijk huwelijk kan er niet zijn en is er ook nooit geweest". Zoo, zoo, dan is het onchristelijk, zelfs antichristelijk te trouwen! — „Het aangaan van een huwelijk kan niet medewerken tot het dienen van God en van de menschheid''. — „Gehuwden moeten hunne zinnelijke liefdesbetrekking vervangen door den reinen omgang van broeder en zuster". Maar — zeg ik — er zouden geen broeder en zuster zijn, om reinen omgang met elkander te hebben, indien niet eerst vader en moeder „onreinen" omgang met elkander hadden gehad. Bovendien: evenzeer als het tegen den creatuurlijken regel ingaat, dat broeder en zuster met elkander zoo intiem worden als man en vrouw, gaat het tegen den creatuurlijken regel in, dat man en vrouw elkander zoo verre blijven als broeder en zuster. Geeft het eerste moreele ellende, het laatste toch óók.

Zonderling steken al deze uitspraken af bij eene uit vroeger jaren, volgens welke „het monsterachtig en schandelijk is voor een man, die den manlijken leeftijd bereikt heeft, om ongehuwd te blijven".

Tolstoy stelt het voor, alsof kuischheid één en hetzelfde is als volkomen onthouding van geslachtelijken omgang. In zijn „Naschrift" bij „De Kreutzersonate" zegt hij woordelijk: „in 't geheel niet te trouwen d.w.z. volkomen kuisch te blijven". Tolstoy schijnt zelf niet te gevoelen, hoe hij daarmee de kuischheid buiten de Schepping plaatst. De man, die geen goed woord overhad voor de Kerk, beseft hier zelf niet, dat zijne opvatting van de kuischheid en het huwelijk zoo Kerkelijk mogelijk is. Nog één stap verder en Tolstoy had allen jongen mannen de misdaad van Origenes moeten aanprijzen, waar Matth. XIX : 12 van spreekt, de misdaad der zelfontmanning.

Sluiten