Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EEMSKWESTIE.

Het feit dat de Eems, die toegang geeft tot de oorlogshaven Emden, een deel van onze Noord-OostehjTcê grens vormt, en verschillende welvarende steden en dorpen van de provincie Groningen diezelfde Eems als eenigen verbindingsweg, onderling, en met de open zee moeten beschouwen, heeft aanleiding gegeven tot het ontstaan van een hoogst belangrijk grensgeschil, de Eemskwestie geheeten. Deze Eemskwestie bestaat in het huldigen van twee verschillende en onvereenigbare opvattingen omtrent de grensscheiding tusschen Groningen en Oost-Friesland door de beide aangrenzende staten.

Tot juist begrip van dit verschil van opvatting is het noodig, een blik te werpen op het uitslaande kaartje, aan het einde van dit overzicht (zie bijlage III), dat eene verkleinde reproductie is van de Duitsche stafkaart.

Laat ons een oogenblik nagaan, hoe de Duitsche Staf er toe gekomen is, de grenslijn te trekken geheel in strijd met de bestaande en algemeen erkende internationale regelingen van dejgeüjke gevallen.

In/^454yzou door keizer Frederik III in een leenbrief, uitgereiktaan Ulrich Cirksena, bij diens verheffing tot rijksgraaf van Oost-Friesland, volgens Duitsche schrijvers onder de aanhoorigheden van Oost-Friesland ook de Eems zijn genoemd, en wel in de volgende bewoordingen: „Auch dem Wasser die Eemse, und allen anderen Schiff-reichen Wassern, Bachen, Teichen, Flüssen, klein und gross, wie dieselbe Nahmen haben". Latere Duitsche schrijvers hebben deze woorden steeds geciteerd, doch niet uit den leenbrief zelf, die berusten moet in het Provinciaal Archief te Aurich, maar uit bevestigingen van dezen tekst door derden. Volgens dezen vier en een halve eeuw ouden leenbrief zou derhalve de grenslijn onder den Groningschen wal en langs de laagwaterlijn in de Wester-Eems, dus langs den rand van het Uithuizer Wad loopen.

Een dergelijk privilegie, ten koste van Groningen, was mogelijk, omdat ook Groningen Frederik III als leenheer

Sluiten