Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den voor betonning, bebakening en verlichting, werd bepaald naar evenredigheid van de wederzijdsche belangen met het oog op de scheepvaart, dan zou Nederland slechts het »/s (en gaandeweg vermoedelijk nog minder) van die kosten hebben te dragen, inplaats van de helft.

In het verdrag van ï.896 wordt niet gezegd tot hoever de Beneden-Eems zich naar boven uitstrekt. De betonning en bebakening voor gezamenlijke rekening geschiedt echter bovenwaarts tot aan de rechte lijn loopende van den hoek bij de Knock (Oostfriesland) naar het licht van Termunterzijl, dus tot op 8 K.M. ten Oosten van Delfzijl. De motieven welke tot het aannemen van die lijn als grens van het voor gezamenlijke rekening betonde gedeelte van den stroom hebben geleid, zijn — meen ik — niet gepubliceerd.

Daar echter de scheepvaart naar en van Delfzijl geschiedt door het vaarwater ten Westen van de zandbanken de Hond en de Paap, en dus Nederland (zeldzame gevallen uitgezonderd) geenerlei voordeden plukt van de bebakening ten Oosten van die plaats, wordt de toestand voor Nederland nog onvoordeeliger.

(N.B. Van de zee uit naar binnen gaande tusschen Rottumeroog en Borkum, komt men eerst aan twee vaarwaters, n.1. het Blinde of Randselgat ten Noorden en de, Oude WesterEems ten Zuiden van de zandbank de Meeuwenstaart. Beide vaarwaters zijn goed bruikbaar voor zeeschepen en bestond. Ten Oosten van de Meeuwenstaart zijn die vaarwaters vereenigd en loopen oostwaarts om de bank Eemshorn (het Doekegat ten Westen van deze bank is steeds alleen bruikbaar geweest voor kleine schepen). Ten Noorden van de banken De Hond en De Paap, wordt het vaarwater weder in tweeën gesplitst: de Westelijke, minst diepe tak (het vroegere hoofdvaarwater) wordt door de scheepvaart naar Delfflijl zoogoed als uitsluitend gebezigd, :het Oostelijke: het Oostfyiesche gat, dat langzamerhand is uitgeschuurd, wordt door de Duitschers voortdurend uitgebaggerd en verdiept met het oog op de zich steeds uitbreidende zeevaart op Emden

Bij de bepaling van de kostenverdeeling der betonning, bebakening en verlichting op de Beneden-Eems doet zich

!) Van het Oostfriesche Gat wordt bij hooge uitzondering ook wel gebruik gemaakt voor schepen die naar Delfzijl varen en meer dan 65 d.M. diepgang hebben. Het ware gewenscbt, dat Nederland tot een verdieping van het vaarwater van Deözijl overging.

Sluiten