Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

narrow their entrance may be, are non-territorial. They are parts of the Open Sea, the marginal belt inside the gulfs and bays excepted '). They can never be appropriated, and they are in time of peace and war open'to vessels of all nations in-1 cluding mén of war."

Het moet al dadelijk opvallen, dat deze schrijver geenerlei onderscheid maakt tusschen het geval, dat alle aan den zeeboezem gelegen Staten tevens den ingang beheerschen,, en het geval, dat behalve de Staat (Staten) die den ingang beheerscht (beheerschen), ook nog een andere Staat (of andere Staten) aan den zeeboezem grenst (grenzen). *) Dit laatste wordt dus door Oppenheim niet als een vereischte voor het karakter van „open zee" gesteld, zoodat het eerstbedoelde geval hier, wat de toekenning van het karakter „open zee" betreft, het in de tweede plaats bedoelde geval insluit. Want als reeds een in de eerste plaats bedoelde zeeboezem open zee is, dan is zulks zeker het geval met een zeeboezem als die in de tweede plaats bedoeld.

■ Overigens blijkt, dat door Oppenheim het karakter van open zee alleen wordt toegekend aan die zeeboezems, die inwendig breeder zijn dan 6 zeemijlen (dubbele territorialiteitsafstand). Trouwens, deze schrijver zegt zelf (t. a. p. § 199): „In a narrow strait separating the lands of two different States the boundary line runs, either through the middle or through the mid-channel, unless special treaties make different arrangements." (Dat in een zeeëngte of zeeboezem, die den verbindingsweg vormt tusschen twee open zeeën, de passage inoffensif steeds blijft gehandhaafd, wordt hier slechts in het voorbijgaan in herinnering gebracht). *) Wel echter dient er op gewezen, dat als aan een nauwe baai, waarvan in de laatste aanhaling van Oppenheim sprake was, meer binnenwaarts een andere Staat grenst, voor dien Staat de vrije vaart naar zee nimmer mag worden belemmerd (analogie met de vrije vaart op internationale rivieren).

*) Alle cursiveeringen in deze en de volgende aanhalingen zijnvanmij.

*) Eveneens bij Rivier („Principes du droit des gens" I blz. 154): „du moment qu'il y a plusieurs Etats cótiers, le golfe est mer libre, quelle que soit la largeur de son entrée". Ook hier wordt geen onderscheid gemaakt in verband met het beheerschen van den ingang door alle of slechts door een gedeelte der oeverstaten.

') Het I. d. dr. int. zegt in art. 10 sub 3 van het meergenoemde ontwerp: „De zee-engten, welke dienen voor den doortocht van een open zee naar een andere open zee, kunnen nimmer worden afgesloten."

Sluiten