Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het ze aan. Wat ging het de wereld, de Indische wereld aan, waar je vandaan kwam. Het ging ze alleen aan, waar je nou zat en wat je nou had, en wat je nou was. Hij kon zoo verdomd stom zijn,... die George.

Hij hoorde nog het verwaande stemmetje, waarmee Mevrouw Post vroeg: — Zoo zoo, leeft uw mama nog. En woont die in Amsterdam?

— Ja mevrouw, moeder woont nog altijd op de Bloemgracht, daar wil ze maar niet'Vandaan.

Hij had George wel een trap kunnen geven. Had je dat glunderlachen moeten zien. De dochter zat stom te giechelen.

Niet dat hij zich voor zijn moeder schaamde. Als alle menschen, die zoo dik deden in den Oost, even goed voor de ouwe vrouw waren als hij, dan waren er heel wat gelukkige moeders in Holland.. .

De jongen kwam zeggen dat er nog geen mandikamer vrij was. Van Vliet dacht aan zijn moeder, die in Holland zat. Daar, ginds in het Westen, waar de zon nu onderging achter de hellingen van den Gedeh, daar zat het oude wijfke... misschien ook aan hem te denken. Daar in Holland was het nu morgen. Misschien had de besteller zijn maandelijkschen postwissel gebracht, vanmorgen, en knoopte ze nu haar boezelaar los, om die te gaan innen. Hij dacht eraan hoe ze het zwarte kapothoedje op zou zetten, dat hij bij zijn laatste verlof voor haar gekocht had, dat ze den grooten zwarten mantel, waarop ze

Sluiten