Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIL

Emmy zag de auto na, die zich daar in de verte en reeds heel klein, over den kronkelenden weg tegen de berghelling naar den Poentjak opwerkte.

Zij had gemeend, dat zij Ru's heengaan zou voelen als een verlichting en nu stond het schreien haar toch nader dan het lachen.

Zou ze dan werkelijk van Ru houden? Vroeger had ze het zeker gemeend, maar de laatste dagen had ze vaak gedacht, dat ze ook wel zonder hem het leven kon doorgaan, dat ze het weinig voelen zou, als hij ineens uit haar leven verdween. Daar hoog tegen de hellingen reeds kroop de auto. Daar was Ru, en het was alsof iets haar de keel dichtknelde, nu hij heenging.

Oom was ook aan de auto gekomen, om afscheid te nemen, maar toen Emmy kwam was hij heengegaan.

— Dus over veertien dagen, hè, had Ru gezegd, dan zien wij elkaar in Batavia weer?

Zij had geknikt en lust gevoéld hem te kussen, maar dat ging nu niet meer, om den chauffeur, die bezig was koelwater in te gieten.

— Zal je dan dezelfde zijn, Emmy?

— Maar wat denk je toch, Ru ... wat denk je toch ...

Sluiten