Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijgers voorkwamen, het was twee jaar geleden, dat er in de buurt voor het laatst een was geschoten, die, naar men meende, verdwaald was uit het Bantamsche. Maar die zeldzame keer zou zich kunnen herhalen. Met een gevoel van verlamming door angst, liet zij zich van het paard glijden. Sweet ving haar op, zette haar met een glimlach op den grond. Maar uit vrees bleef ze zich aan hem vastklemmen. Ineens lachte hij luid en wees op het bijna onkenbaar geworden lijk van een dier, dat op eenige meters voor hen in het gras lag en omgeven was door een zwerm vliegen.

— Dat was het, zei hij, het beest is door de stank schichtig geworden, paarden houden niet van lijkenlucht, het is zeker ook een paard ... dat verklaart zijn angst nog meer.

Emmy voelde nu eerst, dat ze nog altijd dicht tegen Sweet stond aangedrukt, een hand op zijn arm. Hij zag haar aan met een lach, zij voelde dat zijn hand zich om haar schouder legde. Zij boog het hoofd wat achteruit om een kus te ontgaan ineens klonk een vroolijk lachen.

— Zeg, zeg, zeg, nee maar, jij bent er gauw bij, riep Van Vliet, nee maar, die is goed, dat rijdt een eind vooruit om zoentjes te geven, jullie Engelschen zijn handige jongens, zeg, nee maar, die is goed...

Van Vliet liet zich van het paard glijden en stond om beurten van de een naar den ander te zien...

Sluiten