Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spinazie gegeten in de verbeelding dat het andijvie was, en in de pudding een stuk glas aangetroffen, dat naar den vorm te oordeelen afkomstig scheen van een zak spiegeltje van een baboe. Reeds driemaal had hij een haar in een envelloppe gesloten en bij den eigenaar laten bezorgen, met beleefd verzoek hem te laten weten of die aan de kokkie, dan wel aan hemzelf toebehoorde.

De eigenaar had zich niet verwaardigd daarop te antwoorden en had hem sindsdien straal genegeerd. Hij negeerde trouwens alle gasten, beschouwde die als zulke minderwaardige wezens, dat een hoteleigenaar wel heel diep gezonken moest zijn, als hij dezen een onderhoud toestond ... laat staan excuses maakte.

Tweemaal had Van Vliet, die zijn woede niet langer verkroppen kon, vergeefs gepoogd hem te spreken te krijgen, de mandoer had telkens geantwoord: „Toewan tida ada", meneer is er niet, en toen het hem eindelijk gelukt was zijn schuilplaats uit te vinden in een der achterste kamers van het hotel, had deze zelfs zijn beenen niet van de stoel genomen hem brutaal aangestaard, en na het klaaglied te hebben aangehoord, kalm gevraagd. — Maar wat doet u dan nog hier?

— Ik kom u zeggen, dat het hier een rotrom»mei is, dat kom ik u zeggen, had Van Vliet gebruld.

— Waarom gaat u dan niet naar Soekaboemi

Sluiten