Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AH herkende er direct de totok in, in ieder geval moest het iemand zijn, die nog niet lang in Indië was. Het waren nog Europeesche kleeren, die zij droeg. De dames in lndië droegen veel lichter kleeren. Behalve als er dooden waren.

Omdat de toewan niets had gezegd van een verwacht bezoek, nam hij bij voorbaat aan, dat de dame verkeerd moests zijn en wilde juist beleefd gaan vragen — Njonja mao apa? als deze zelf begon te spreken:

— Gossiemijne, is da swete... me goed drijf an me lijf... en nou nog een trappie op ook... ik loop net soo lief seve maal na Schinkelhafe en weerom, dan ken-je tenminste nog eens ruste op een bankie in het Fondelpark!

Ali bleef haar verbaasd aanstaren. Hij merkte zeer duidelijk op, dat de dame weinig ingenomen was met zijn verschijning, maar hem ter zelfder tijd nieuwsgierig opnam. Zij scheen zich ook niet te geneeren, zette een tasch op tafel, liet zich in een stoel vallen en deed of zij thuis was. Ali was een veel te deftige huisjongen, om zoo iets maar rustig toé te laten en vroeg dan ook energieker:

— Njonja besar, mao apa?

De dame reageerde daarop op een bizondere wijze.

— Ferrek, daar he-je weer soo'n swarte, 't wemelt hier werachtig fan die swarte minse. Allemaal geselle-ooge, stong in da boekie. Nou ik

Sluiten