Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geving waarin zij vroeger zijn grootgebracht. Hun vroegere kennissen vinden zij terug, zooals zij ze verlaten hebben, die zijn dezelfde gebleven, terwijl zij in Indië, laten we het zoo noemen, een zeker soort opvoeding genoten, zonder het te merken. Zij zijn zich verheven gaan voelen boven hun vroegere middenstandskennissen, terwijl werkelijk deftige menschen in Holland weer niet met hen om willen gaan, omdat ze dan toch geworden zijn een bijzonder soort parvenus, dat men in Holland in goede kringen niet slikt... maar dat toch nog altijd zijn plaatsje heeft in de Tropen...

— Tropenadel, noemde Ru dat!

Ja ... Tropenadel. Dat is het. Mij is dit ook

overkomen, toen ik, nu acht jaar geleden, Holland weer eens opzocht. Ik schrok van mijn vroegere kennissen daar... een juffrouw op een hofje en een in een comenijswinkeltje... een kantoorklerk met rafels aan zijn broek, die zijn manchetten op het einde van de week nog eens omdraaide, een rijk geworden slager, maar die altijd naar vleesch rook... een kruier. Ik voelde mij niet meer thuis onder de menschen, die ik vroeger graag zag. En ik ben weer hier teruggekomen, blij, dat ik het achter den rug had. Hier zit ik tusschen duizenden als wij. Ben ik en je vader een parvenu? Goed, maar hier vallen we als zoodanig niet meer op. In Holland zeiden ze ... ik was verindischt. Goed, zeg ik nu, wat verindischt is, moet maar Indisch blijven.

Sluiten