Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV

Z

OO was langzaam de tijd genaderd, waarop . \x~„a^ koor UriHio verwachtte. Eenzaam was

ze geweest, al die maanden. Zóó armelijk eenzaam. Eenzamer nog om het nieuwe leven, waarop ze wachtte en dat ze vréésde tevens. Nooit had ze gedacht, dat ze zoo ellendig zou kunnen zijn. Het eenige wat haar ophield, was de herinnering aan Antwerpen, aan die gouden dagen van onbezonnen liefde. Die Magda was dood, dat voelde ze wel. Als ze dacht aan dat meisje, aan dat vreugdige, zonnige kind, was het of ze ergens aan een breede sloot stond en aan den overkant in de wei een ander meisje zag spelen en dansen. Een meisje dat op haar leek, maar dat zij niet was en waarbij ze niet komen kon. , ,

O, die laatste maanden. - Och, Chris had wel geprobeerd lief te zijn, maar ze voelde zelf dat t met gaan kon. Ze had niets meer te stellen tegenover zijn late Üefheid, niet eens haar vroegeren wd tot gelukkig zijn. Och en soms. Soms was ze toch wei gelukkig. Ze herinnerde zich eens, dat ze voor t venster had gezeten, de handen in den schoot gevouwen, de oogen in 't verre, zoo maar ergens.

't Was een dag geweest, dat geen pijn ot verdriet haar hinderde...; iets als een wollige gelatenheid was óm haar en haar denken was vervaagd

Sluiten