Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX

ZOO gingen ze. Aan de grens genoot Christy van al de voor haar nieuwe bedrijvigheid en ze ging op in stille bewondering voor haar moeder, die zoo kalm en flink was en zoo precies wist wat te doen.

In de wachtkamer waren de twee vrouwen het mikpunt aller belangstelling.

Zoo frisch en gezond was de dochter, zoo jeugdig -moe en fijn-bleek de moeder. Magda voelde met angst iets in zich, wat ze lang dood waande. Ze genoot als vroeger van de sprakelooze hulde van die vreemden en ze meende op de roode, van pret-aandoening getinte wangen en in de fonkelende oogen van Christy hetzelfde gevoel te ontdekken.

Van dat moment af zag ze in al die menschen vijanden en was voor haar zelve het genot dier stille vereering weg en werd ze ongeduldig.

„Kom, Christy, maak een beetje voort met je broodje, dat we weg komen."

Maar, Moeke, we hebben nog meer dan een kwartier en ik vind 't hier zoo aardig."

Voor Christy was dit-alles nieuw. Het koper op de buffetten, de groote spiegels, de kleurige prenten overal, maar vóóral de menschen. Ze keek ze aan met zóó verwonderde blikken, dat

Sluiten