Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen. Hij boog voor Magda en, haar geen tijd tot verwelkoming latend, zei hij:

„Ik ben wel vroeg, nietwaar? 't Geldt ook geen bezoek, veel meer een uitnoodiging."

Magda zag hem verbaasd aan.

„Ja," zei hij. „Minister van Beernaert opent om twee uur de tentoonstelling van de „Labeur." — Ik vond de kaartjes thuis en meende, dat het u misschien interesseeren kon..."

Magda's achterdochtigen blik ziende, voegde hij erbij: „Ik zelf heb helaas geen tijd u rond te leiden."

De moeder ademde vrijer. Dus tóch niet zooals ze dacht.

En nu kwam 't oogenblik hem een stoel aan te bieden, voor de bloemen te danken.

Ze deed het vreemd en toonloos; in haar was een sterk tweede bewustzijn, dat nu met dezen man het leven begon. Toch zei hij niets en deed hij niets, maar hij prikkelde haar uitermate. Wat hij zei, was bijna banaal, neerbuigend eenvoudig en conventioneel; zijn oogen keken rustig in de hare — maar om zijn mond was iets bijtend-spottends...

Ze spraken over de luchtvaart, toen Christy binnenrende. Ze kon, vanwaar ze binnenkwam, Van Weele niet zien — en riep al uit de verte:

„Moeder, weet je dat er hier een ijspaleis is?" Ze zag Van Weele, bleef even staan, stak hem

Sluiten