Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Magda keek bestraffend naar Christy. Dat was hun laatst-mogelijke uitvlucht geweest: géén amazones.

VanWeele wist precies, wat in Magda omging en met zijn beleefd spotlachje zei hij, huichelachtig nederig: „Mag ik mijn stal tot uw beschikking stellen? En u mijn geleide aanbieden? Brussel is wel de stad voor paardrijden".

Magda dankte plichtmatig, Christy vloog op. „Heerlijk! Dan morgen? Vindt u 's avonds rijden nóg niet prettiger?"

Om hen de volle, roezige zalen met de vele deftig doende menschen; voor het eerst vergat Van Weele zijn mondaine rol en nu praatte hij met Christy als een charmeur, die voorzichtig, langzaam het terrein tatèert, er niet zeker van hoe hij deze vreemde prooi het best en zekerst verschalken kon.

Hij praatte met Christy, maar keek naar de moeder en altijd weer voelde hij, onder al haar mondaineuiterlijkheid, iets anders, iets onmaatschappelijks, iets woest beheerscht. Daar onder die kalme, koele aristocratische oppervlakte had het gespookt en gebruist.

Hij voelde iets bijna ontembaars in stramme ketenen; iets dat vreesehjk,misschien heerlijk zouzijn, als het los zou breken ■— maar dat zóó lang en streng gekluisterd lag, dat zélfs hij aan eigen charme mocht twijfelen.

Sluiten