Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets voorgevallen was. 's Nachts, toen ze wakker lag, merkte ze daaraan voor het eerst haar gevoelen voor dien man.

Christy antwoordde niet. „Moeder," zei ze, „wat bent u mooi en .jong..."

Magda lachte zachtjes, keek toch even in den spiegel... maar haar gedachten waren nu ver. Er moest gezorgd worden voor het geval, dat eens werkelijk de troepen van den keizer Holland binnendrongen.

Na het eten wilde ze zich opsluiten, stukken nazien, aan haar bankier schrijven en vooral wilde ze couranten lezen en even telefoneeren, of nu wezenlijk't stille „Zonneherst"inkwartiering zou krijgen.

Aan tafel spraken ze niet anders dan over den oorlog. Beiden hadden dadehjk en eens vooral partij gekozen en waren fel pro-Fransch.

Toen kwamen de couranten met de afschuwelijke berichten — en de twee vrouwen vergaten al het andere en schreiden om zooveel onrecht en leed.

Het meisje bracht de koffie. Ze was doodsbleek en ontdaan. Ze wilde graag dien avonduit: „Want, mevrouw, mijn broer, die hier lag, moet naar de grens — en wie weet." Ook haar sprongen de tranen in de oogen. „En," zei ze, beschaamd, „mevrouw, ik had haast vergeten: mijnheer VanWeele wilde u graag even spreken."

Sluiten