Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

monsters, die grepen met gruwelijke klauwen naar zijn moede ziel.

Christy praatte nu weer druk en hij voelde zich wel weer even opleven. De tziganes speelden Debussy's Cake-walk en de grillige muziek pakte hem en hield hem nog even erop.

Toen dat uit was, betaalde hij en gingen ze.

„Willen we ons naar de duinen laten brengen? Ik wou wat loopen en met je praten", zei hij.

En Christy, niets vermoedend, vond dat nog het beste van den heelen dag.

Ze reden langs 't Kanaal, naar Duin en Dal. Vandaar gingen ze samen de duinen in.

Christy lachte niet meer. Ze voelde iets als een ijzige kou tusschen hen beiden ... Was dat Van Weele? Die man met het hoofd op de borst, bleek, met verwrongen gezicht? Nadat ze even geloopen hadden, kon hij zich niet meer beheerschen. „Christy, 't is uit tusschen ons. Ik kan je niet zeggen waarom. Voor me is een zwarte diepte; nu, daar moet ik in — ert ik voel me vallen, hoe langer hoe dieper, al dieper en er is geen redding." Ze wilde haar armen om zijn hals slaan. „Neen, 't is beter zoo. Nu maar ineens uit! Ga terug met den wagen. Adieu — en vergeet me."

Christy stond geslagen. Ze voelde, dat hier iets was, dat ze niet kende. Ze was bang, niet voor hem, maar voor wat gebeuren ging. Toch deed ze, zoo-

Sluiten