Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waaraan ze nauwelijks durfde denken. Iets dat haar veel minder vrees dan ontzag inboezemde. Daar die gewonden te zien, hief een tipje op van den sluier, dien ze zoo zorgvuldig gespreid had over de verschrikkingen om haar. Ze bleven er tot laat in den avond en genoten als twee kinderen. Daarna soupeerden ze en toen ze eindelijk op hun kamer waren, was in Christy zelfs de herinnering aan haar eerste desillusie uitgewischt.

Van Weele voelde zich èrg prettig, gooide de balkondeuren open en riep: „Chérie, kom nu eens kijken. Daar liggen ze nu, de stille reuzen."

Christy kwam bij hem staan en zei niets. „Is het niet prachtig?" zei hij als 's morgens. Maar nu hinderde het haar niet. Ze borg haar kopje onderzijn arm en zag niet naar de bergen, maar naar hem en voelde zich heel klein en heel slecht en heelemaal niets naast haar grooten, wereldwijzen man. Zoo stonden ze een tijdje, zwijgend. Toen zei hij zacht een lief woord tot haar.

„Schat, schat, schat!" antwoordde ze en verdween tegen zijn borst. De Jungfrau, Mönch en Eiger stonden roerloos en gevoelloos, als de natuur steeds is, wanneer wij haar niet bezielen met ons gevoel.

Sluiten